Eiser, een Syrische asielzoeker van Koerdische afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag af op grond van het standpunt dat in Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld en dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de minister zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd en onvoldoende rekening heeft gehouden met de humanitaire omstandigheden die samenhangen met het willekeurig geweld in Syrië. De rechtbank verwijst naar recente uitspraken en rapporten die een fragiele en onstabiele veiligheidssituatie in Syrië bevestigen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de rechtbank de motivering en beoordeling van het geweldsniveau en de humanitaire omstandigheden nadrukkelijk meeneemt. Eiser krijgt tevens een proceskostenvergoeding toegekend.