ECLI:NL:RBDHA:2026:986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens onderduiken van asielzoekers
Eisers, twee neven met onbekende nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in mei 2025. Nederland verzocht Bulgarije om overname op grond van de Dublinverordening, welke werd aanvaard. De asielaanvragen werden niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht. Eisers stelden beroep in tegen de besluiten tot niet-inbehandelingneming en tegen de verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden wegens onderduiken.
De rechtbank oordeelt dat eisers de opvang op 3 november 2025 zelfstandig hebben verlaten zonder hun nieuwe verblijfplaats door te geven, waarmee zij onderduiken. De gemachtigde erkende dat eisers de hoger beroepsprocedure niet in de opvang durfden af te wachten uit vrees voor bewaring. De rechtbank stelt dat het verlengingsbesluit terecht is genomen op basis van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening en dat de motivering, hoewel summier, voldoende is.
Eisers voerden aan dat de motivering onvoldoende is en dat de verlenging leidt tot rechtsonzekerheid, maar de rechtbank wijst dit af. Ook het bezwaar tegen de wijze van bekendmaking van de besluiten wordt niet gevolgd wegens onvoldoende onderbouwing. De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden wegens onderduiken.