ECLI:NL:RBDHA:2026:9857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar beëindiging opvang LVV Rotterdam
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn bezwaar tegen de beëindiging van de opvang in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) te Rotterdam niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard omdat eiser wel degelijk procesbelang had. Hoewel eiser op 1 januari 2025 klinisch was opgenomen en daardoor tijdelijk niet in de LVV verbleef, is hij na ontslag uit de kliniek teruggekeerd naar de opvang. Dit maakt dat de beëindiging van de opvang voor hem feitelijke betekenis heeft.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen zodat de opvang wordt voortgezet tot vier weken na het nieuwe besluit. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.