ECLI:NL:RBDHA:2026:9846
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en onmogelijkheid na einduitspraak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter M.S. Vonck in een bewindsdossier. Het verzoek is gebaseerd op meerdere gronden, waaronder een uitspraak van de kantonrechter uit 2024 en latere handelingen en brieven van de rechter.
De rechtbank oordeelt dat wraking niet mogelijk is nadat een einduitspraak is gedaan, waardoor het verzoek op de eerste grondslag niet ontvankelijk is. Voor de overige gronden geldt dat het wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend nadat de omstandigheden bekend zijn geworden. Verzoeker heeft dit niet binnen een redelijke termijn gedaan en heeft geen geldige verklaring voor de vertraging gegeven.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De rechtbank benadrukt dat het recht op mondelinge behandeling bedoeld is voor het debat over de gegrondheid, maar dat dit niet aan de orde komt vanwege de niet-ontvankelijkheid. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onmogelijkheid na einduitspraak.