Eiseres, afkomstig uit Somalië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij problemen kreeg met Al Shabaab nadat zij een huwelijksaanzoek van een lid van deze groepering had geweigerd. De minister wees de aanvraag af omdat het relaas ongeloofwaardig werd geacht en eiseres niet als alleenstaande vrouw kwalificeerde.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het verhaal in twijfel trok, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over de bedreigingen en het ontbreken van bewijsstukken. Ook werd gewezen op landeninformatie waaruit bleek dat Al Shabaab beperkte invloed heeft in de betreffende regio. Daarnaast kon eiseres niet aannemelijk maken dat zij geen netwerk of bescherming had bij terugkeer.
Verder werd geoordeeld dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor bescherming op grond van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn en dat het medisch advies en de zwangerschap geen aanleiding gaven tot uitstel van vertrek. Het beroep werd ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef van kracht.