ECLI:NL:RBDHA:2026:9791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening Kroatië
Eisers, twee Turkse broers, vroegen op 23 november 2025 asiel aan in Nederland. Uit Eurodac bleek dat zij op 9 oktober 2025 al asielverzoeken in Kroatië hadden ingediend. Nederland verzocht Kroatië om hen terug te nemen op grond van de Dublinverordening, wat Kroatië accepteerde. Verweerder nam de asielaanvragen in Nederland niet in behandeling.
Eisers voerden aan dat er sprake is van een systeemfout in de Kroatische asielprocedure, verwijzend naar het AIDA-rapport 2024 en een arrest van het EHRM, en stelden dat zij slachtoffer waren van pushbacks en mishandeling in Kroatië. Zij betoogden dat zij niet in redelijkheid hun procedure in Kroatië kunnen doorlopen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers niet voldoende concrete aanwijzingen hadden geleverd voor een reëel risico op een met artikel 4 Handvest Pro strijdige behandeling. Het AIDA-rapport toonde geen systematische versnelde procedures of discriminatie. Het EHRM-arrest betrof een andere situatie. Ook de persoonlijke ervaringen van eisers waren onvoldoende om het vermoeden te weerleggen.
De rechtbank vond dat verweerder terecht geen bijzondere individuele omstandigheden aannam die overdracht aan Kroatië van onevenredige hardheid maken. De beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.