3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Dagvaarding I (09/146192-25)
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025156810, van de politie-eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 48).
1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , opgemaakt op 13 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 5-7):
Ik doe aangifte van bedreiging. Dit feit is gepleegd door mijn ex-vriend [verdachte] .
Op 12 mei 2025 hadden wij een afspraak bij het scheidingspunt Zoetermeer. Na ongeveer een uur nadat wij terug waren begonnen de bedreigingen. Dit was om omstreeks 23.30 uur. Ik lag rustig op bed waarna mijn ex-vriend [verdachte] onze slaapkamer in kwam lopen met een keukenmes van ongeveer 20 centimeter in zijn hand. Hij zei tegen mij: "Zo, dacht je dat je dat gewoon kon. Ik heb je al eerder gezegd dat je nergens heen gaat." Hij liep vervolgens naar de kant van het bed waar ik op lag. Hij drukte met een keukenmes op mijn keel. Hij ging staan en begon met het keukenmes over het hoofdbord van het bed te schrapen. Hij was toen even afgeleid op zijn eigen telefoon. Ik heb hierop snel een SOS-bericht gestuurd naar mijn vriendin [getuige] . Ik had namelijk al met haar afgesproken dat ik een bericht zou sturen als ik in nood was. Zij heeft hierop de politie gebeld. Snel hierna kwam de politie.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , opgemaakt op 13 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 8-11):
Afgelopen avond, 13 mei 2025, kreeg ik een app van [slachtoffer] met: "SOS keel tegen
mijn mes". En toen appte dat ik in actie zou komen waarna ik de politie belde.
Ik heb later diezelfde avond van [slachtoffer] begrepen dat de politie was gekomen.
3. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan in raadkamer, voor zover inhoudende (p. 43):
Foto 9092a743-8f86-4346-aaa8-d03c5ca5e5e6: SOS bericht (pagina 43 van het dossier)
Op de foto is een telefoon te zien met een gesprek waar ‘ [slachtoffer] ’ boven staat. Om 00:09 uur worden vier berichten door haar gestuurd:
Sos
Nuuuu
Mes tegen keel
Pls ben je nog wakker
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 14-16):
Op 13 mei 2025 omstreeks 00:15 uur kregen wij van het Operationeel Centrum Den Haag het verzoek om te gaan naar de [adres 1] . Aldaar zou door bewoonster [slachtoffer] een SOS-bericht zijn verzonden dat zij problemen had met haar vriend [verdachte] .
Ter plaatse belden wij, verbalisanten, aan bij de centrale ingang. Na aanbellen bij de voordeur, zagen wij dat deze open ging en zagen wij een man en een vrouw in de hal staan. Dit bleken later te zijn [verdachte] en [slachtoffer] . Wij vroegen hoe het ging en hoorden [verdachte] antwoorden dat het goed ging. Tegelijkertijd zagen wij dat [slachtoffer] nee schudde met haar hoofd.
Ik wenkte [slachtoffer] naar de voordeur en zag dat zij naar mij toe liep. Ik zag dat [slachtoffer] erg trilde over heel haar lichaam en ik zag dat zij een snelle ademhaling had. Ik hoorde haar zeggen dat er al langere tijd sprake was van huiselijk geweld. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] haar net een mes op haar keel had gezet.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 mei 2025, voor zover
inhoudende, inclusief foto (p. 12-13, 42):
Aangekomen bij de betreffende woning, zag ik dat [verbalisant 1] in gesprek was, met een vrouw die mij later bekend werd als [slachtoffer] . We stonden in de openbare gang van het flatgebouw. Ik zag dat [slachtoffer] zeer geëmotioneerd was. Ik zag dat haar hand erg aan het trillen was toen zij haar telefoon pakte. Ik zag ook dat haar gezicht zeer
angstig was. Ik hoorde haar zeggen dat ze aangifte wilde doen tegen haar ex-vriend.
Ongeveer vijf tot tien minuten later hoorde ik, vanaf de gang, dat de ex-vriend van
[slachtoffer] werd aangehouden. Ik zag dat [slachtoffer] erg bang werd, toen ze hoorde dat haar
ex-vriend, via de gang werd weggevoerd. Ik hoorde haar zeggen dat ze hem absoluut niet wilde zien. Ik zag dat ze angstig wegrende richting het trappenhuis van het flatgebouw, om uit het zicht te blijven van haar ex-vriend. Ik zag dat toen de
ex-vriend uit de woning liep, door de gang van het flatgebouw, hij zoekend om zich
heen keek alsof hij met iemand contact wilde maken.
Toen de ex-vriend weg was, zei ik tegen [slachtoffer] dat zij haar woning in kon gaan, om
met [verbalisant 2] en mij een aangifte op te nemen. Ik zag dat toen [slachtoffer] haar woning betreden had, zij zeer emotioneel werd. Ik zag dat zij begon te hyperventileren. Ik zag dat zij hierdoor moeite met ademhalen kreeg. Ik zag dat zij begon te huilen. Ik zag dat het ongeveer twee minuten duurde, voordat [slachtoffer] kon reageren op iets wat ik zei.
Ik zag dat [slachtoffer] mij het mes liet zien, waarmee haar ex-vriend haar bedreigd had.
Ik zag dat dit mes een keukenmes betrof van 28 centimeter lang. Een foto van dit mes is als bijlage toegevoegd aan dit proces-verbaal (p. 42).
5. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan in raadkamer, voor zover inhoudende (p. 45):
Foto c2120bf6-4726-4753-8d4d-8744db454d4
Op de foto is een hoofdbord van een bed te zien met daarop meerdere strepen.
Dagvaarding II (16/222485-25)
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL0900-2025260653, van de politie-eenheid Midden-Nederland, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 99).
De bewijsmiddelen zijn gebruikt voor de feit(en) waarover zij blijkens hun inhoud gaan.
1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , opgemaakt op 2 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 9-12):
Op 2 augustus 2025 kwam ik met mijn auto aan bij mijn woonadres aan de
[adres 2] . Mijn auto betreft een leaseauto en was op dat
moment schadevrij.
Ik zag een zwarte auto geparkeerd staan in de parkeerhaven aan de Keizerstraat. Ik
zag een persoon uit de auto stappen. Ik zag aan de manier waarop de persoon liep
en de bouw van de persoon dat het om [verdachte] ging. Ik reed via Regentesseweg en
Koningstraat terug naar huis. Er reed een zwarte auto voor mij. Ik was alert, omdat
[verdachte] net ter plaatse was. Ik zag dat de zwarte auto achteruit ging inparkeren. Ik
reed voorbij de ingeparkeerde auto en zag in mijn ooghoek dat de zwarte auto gas
gaf. Ik voelde dat mijn auto aan de rechterzijde werd geraakt door de zwarte auto. Ik
voelde mijn lichaam van links naar rechts bewegen door de botsing. Ik keek in mijn
rechterzijspiegel en zag dat de zwarte auto, die net voor mij inparkeerde, tegen de
rechterzijde van mijn auto aanstond.
Ik reed meteen door in de richting van mijn woning aan de [adres 2] .
Ik zag dat de zwarte auto achter mij aan was gereden. Ik zag dat [verdachte] uit de
zwarte auto stapte. Ik zag dat [verdachte] op mij afliep met zijn armen wijd. Ik zag dat
mijn vader hem tegenhield met twee handen. Ik zag dat [verdachte] zichzelf los
probeerde te wrikken. Ik zag dat dit lukte. Ik voelde dat [verdachte] mij vastpakte bij
mijn haar, de kraag van mijn jas en mijn armen. Ik voelde dat [verdachte] de pet van
mijn hoofd aftrok. Ik voelde dat [verdachte] met kracht aan mijn pruik trok. Deze pruik
was met speciale lijm aan mijn hoofdhuid bevestigd. Ik voelde dat deze pruik
loskwam van mijn hoofd.
Na het incident had ik een stekende pijn in mijn rechteronderarm door de
worsteling. Ik heb veel hoofdpijn doordat de pruik van mijn hoofd is getrokken. Ik
heb schade aan de rechterzijde van mijn auto.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 20, 27-29)
Op zaterdag 2 augustus 2025, omstreeks 04:30 uur, waren wij verbalisanten belast met de openbare orde en veiligheid in Almere. Wij kwamen ter plaatse omstreeks 04:45 uur aan op de [adres 2] . Daar werden wij aangesproken door een mevrouw. Zij bleek te zijn [slachtoffer] . Zij vertelde dat zij de melding had gemaakt en dat haar ex-vriend [verdachte] net met een auto op haar auto was ingereden waar zij inzat. Wij verbalisanten keken naar de auto van het slachtoffer, dat betrof een blauwe LYNK & CO met het kenteken [kenteken 2] . Aan de bijrijderszijde, aan het achterportier zagen wij verbalisanten een grote deuk, waarbij de schade zodanig was dat het verf eraf was. De schade was over de gehele
lengte van het portier. Wij verbalisanten maakten van de schade aan haar auto foto’s
die als bijlage aan dit proces-verbaal van bevindingen worden toegevoegd.
3. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan in raadkamer, voor zover inhoudende (p. 31):
Foto 9 met omschrijving: letsel hoofd slachtoffer.
Op de foto zijn lijmresten te zien op het hoofd van het slachtoffer.
4. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte bij de rechter-commissaris op 4 augustus 2025, voor zover inhoudende:
Zij wilde erlangs, maar ik wilde mijn auto ervoor zetten. Toen ze voorbij reed botste ik tegen haar zijkant.
De rechtbank zal voor het bij dagvaarding II onder feit 3 tenlastegelegde met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezenverklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 2 augustus 2025 (p. 96-97);
2. Het proces-verbaal rijden onder invloed, opgemaakt op 2 augustus 2025 (p. 88-92);
De verdachte heeft het tenlastegelegde ontkend en verklaard dat er niets is gebeurd. Op de zitting heeft hij in dat verband verklaard dat hij samen met de aangeefster in de woning was en dat zij, totdat de politie verscheen, niets mankeerde en rustig was. De rechtbank schuift deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde, nu deze niet te rijmen is met de inhoud van de aangifte, die wordt ondersteund door de bij haar waargenomen hevige emoties toen de politie kort nadien ter plaatse kwam, de waargenomen strepen op het hoofdbord van het bed en de inhoud van de door haar verzonden berichten aan haar vriendin toen zij met de verdachte in de woning was. De rechtbank ziet echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de mondelinge bedreiging, nu deze (naast de aangifte) onvoldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen.
De verdachte heeft, zowel bij de politie als ter terechtzitting, verklaard dat hij slechts een afwerende beweging heeft gemaakt in reactie op het spuiten met een (zogenoemde) smurfenspray in zijn richting door de aangeefster. De rechtbank vindt deze verklaring niet aannemelijk, zodat verdachte daarin niet wordt gevolgd. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte de pruik van de aangeefster heeft vastgepakt en, gezien de lijmresten op het hoofd van de aangeefster, met enige kracht van haar hoofd heeft getrokken hetgeen bij haar pijn heeft veroorzaakt. Om die reden kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet zonder meer worden gesproken van een handeling die slechts afwerend van aard is geweest. De rechtbank heeft in het dossier evenmin voldoende aanknopingspunten gevonden die daarop wijzen.
Dit maakt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.