Eind 2024 startte eiser met een webshop onder een dropship-model. Graypants, houdster van een Uniemodelregistratie voor de Wick-tafellamp, constateerde in december 2025 dat via deze webshop lampen werden aangeboden die inbreuk maakten op haar intellectuele eigendomsrechten. Graypants legde conservatoir derdenbeslag op tegoeden van eiser bij verschillende banken.
Eiser stelde dat hij de webshop had verkocht en de inbreuk niet aan hem kon worden toegerekend, en vorderde opheffing van het beslag. Graypants betwistte de overdracht en stelde dat de vordering geldig was. De voorzieningenrechter ging voorshands uit van de geldigheid van de model- en auteursrechten en nam aan dat de webshop inbreukmakende producten aanbood.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet summierlijk was gebleken dat de vordering ondeugdelijk was en dat het belang van Graypants bij zekerheid zwaarder woog dan het belang van eiser bij opheffing. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die werden gematigd tot het maximumtarief voor eenvoudige IE-kortgedingen.