Uitspraak
Vervangende toestemming tot verhuizing
Beschikking op het op 26 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 5 februari 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift, met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 11 februari 2026;
- het bericht van 12 februari 2026 van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door mr. N. Schuerman als waarnemend advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2019.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- [minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
- primair: de moeder te verbieden om met de kinderen te verhuizen buiten [plaats 2];
- subsidiair: indien er wel vervangende toestemming aan de moeder wordt gegeven om te verhuizen: te bepalen dat alle extra kosten voor de kinderen, waaronder – doch niet uitsluitend – treinabonnementen en tweede fietsen, voor rekening komen van de moeder.
Beoordeling
timingvan de verhuizing. Als de moeder gaat verhuizen, wenst hij dat deze verhuizing pas na de zomer van 2027 plaatsvindt, omdat [minderjarige 1] dan zijn eindexamens heeft afgerond en [minderjarige 3] vanaf dat moment naar de middelbare school gaat.
Beslissing
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats],