ECLI:NL:RBDHA:2026:9723
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het verzet van opposant tegen de uitspraak van 6 november 2025 behandeld, waarin het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat opposant niet aan het vereiste had voldaan dat hij het bestuursorgaan rechtsgeldig in gebreke had gesteld, omdat de ingebrekestelling van 29 mei 2024 prematuur was ingediend.
De rechtbank bevestigde dat de eerdere uitspraak van 17 december 2024 van de rechtbank Zwolle, waarin werd geoordeeld dat de ingebrekestelling prematuur was, in rechte vaststaat. Het verzet kon daarom niet slagen. Het door opposant aangehaalde arrest FMS van het HvJEU uit 2020 werd door de rechtbank niet relevant geacht voor deze zaak, omdat het ging om een terugkeerbesluit en niet om een niet tijdig beslissen op een asielaanvraag.
De rechtbank benadrukte dat opposant een nieuwe ingebrekestelling kan indienen indien het besluit op zijn asielaanvraag uitblijft. Ook werd het beroep op artikel 46 van Pro de Procedurerichtlijn verworpen, omdat er een daadwerkelijk rechtsmiddel beschikbaar is. Het verzet werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is ongegrond verklaard.