Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9617

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
NL24.26592
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 Vreemdelingenwet 2000Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse politieke partijlid wegens ongeloofwaardigheid en non-refoulement niet van toepassing

De eiser, een Nigeriaanse staatsburger en voormalig lid van de People Democratic Party (PDP), verzocht asiel in Nederland na zijn vertrek uit Nigeria in 2012 vanwege vermeende politieke vervolging en persoonlijke risico's. Hij stelde dat hij gezocht werd door Nigeriaanse autoriteiten vanwege een incident tijdens verkiezingen en vreesde besnijdenis van zijn dochter bij terugkeer.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het lidmaatschap en de activiteiten binnen de PDP, mede gebaseerd op een frauduleus krantenartikel en inconsistenties in de verklaringen van eiser. Ook achtte de minister de beschietingen op de verkiezingsdag en de vermeende vervolging ongeloofwaardig.

De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn lage opleiding en analfabetisme. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom zijn politieke overtuiging beschermenswaardig was en dat de minister terecht de geloofwaardigheid van zijn relaas in twijfel had getrokken.

Verder stelde de rechtbank dat er geen aanwijzingen waren voor een schending van het non-refoulementbeginsel bij terugkeer naar Nigeria. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen schending van non-refoulement.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.26592
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1984, van Nigeriaanse nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. H. Loth),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 10 juni 2024 afgewezen als ongegrond.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Breukel als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van zijn beroepsgronden.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiser heeft Nigeria in augustus 2012 verlaten met zijn vrouw en drie kinderen. Hij is via Niger en Libië naar Italië gereisd. Eiser is op 25 september 2013 in Italië aangekomen en heeft daar verbleven tot februari 2019. Hij is vervolgens via Frankrijk naar Nederland gereisd en is daar eind februari 2019 aangekomen. Eiser is toen op 18 december 2020 vertrokken naar Duitsland, waar hij samen met zijn vrouw en drie kinderen verbleef. Vervolgens is eiser alleen in oktober 2021 weer Nederland ingereisd. Hij heeft op 21 oktober 2021 in Nederland asiel aangevraagd.
Asielrelaas
5. Eiser heeft verklaard dat hij sinds 2005 is aangesloten bij de politieke partij People Democratic Party (PDP). Zijn hoofdtaak binnen de partij was het bereiken van mensen om hen te overtuigen om op de partij te gaan stemmen. In 2010 is hij lid geworden van de PDP en is hij jeugdvoorzitter geworden. Tijdens de verkiezingen in 2012 zijn er problemen ontstaan op een stemlocatie. Op de stemlocatie is er geschoten door onbekende schutters en hierbij zijn mensen gewond geraakt en gedood. Eiser heeft verklaard dat hij door de oppositiepartij, de Action Congress of Nigeria (ACN), wordt gezien als verantwoordelijke voor de schietpartij. Ook wordt hij door dit incident nu gezocht door de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser heeft vervolgens Nigeria in 2012 verlaten. Bij terugkeer in Nigeria vreest hij dat hij wordt opgepakt omdat hij gezien wordt als verantwoordelijke van de schietpartij in 2012. Ook vreest eiser dat zijn eigen Chairman en partij zich tegen hem zullen keren. Tot slot geeft eiser aan dat hij bij terugkeer in Nigeria vreest dat zijn dochtertje besneden zal worden.
Besluitvorming
6. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Nationaliteit, identiteit en herkomst;
2. Lidmaatschap partij People Democratic Party en verrichte activiteiten; en
3. Problemen als gevolg beschietingen verkiezingsdag.
6.1.
De minister stelt zich ten eerste op het standpunt dat er voldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiser. De minister acht de nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig, maar het lidmaatschap van de PDP en de verrichte activiteiten en de problemen als gevolg van de beschietingen op de verkiezingsdag niet geloofwaardig. De minister acht het lidmaatschap van de PDP en de verrichte activiteiten niet geloofwaardig omdat eiser een krant heeft overgelegd die frauduleus is opgemaakt, omdat eiser wisselend heeft verklaard over hoe hij aan het krantenartikel is gekomen, omdat hij geen lidmaatschapspas heeft overgelegd, omdat hij tegenstrijdig verklaart over de Chairman van de PDP, omdat hij inconsistent verklaart over hoe hij in aanraking is gekomen met de PDP, omdat hij onduidelijk verklaart over de verrichte werkzaamheden en activiteiten voor de PDP en omdat hij summier verklaart over waarom hij juist aangewezen is als jeugdleider. Verder acht de minister de problemen als gevolg van de beschieting op de verkiezingsdag ongeloofwaardig, omdat de verklaringen van eiser niet overeenkomen met andere openbare bronnen, omdat hij vaag verklaart over waarom juist hij verdacht wordt van het schietincident, omdat hij niet consistent verklaart over wat hij op het moment van de beschietingen deed, omdat hij niet kan aangeven waarom juist hij verdacht wordt, omdat het ongeloofwaardig wordt geacht dat de Nigeriaanse autoriteiten op zoek zijn naar eiser en omdat eiser enkel van derden heeft vernomen dat hij gezocht wordt. Eiser komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel en aan hem is een terugkeerbesluit opgelegd.
Referentiekader
7. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister niet gemotiveerd heeft in hoeverre rekening is gehouden met zijn referentiekader. Eiser wijst onder meer op de uitspraak van de Afdeling [1] van 26 april 2023 [2] . Heruit blijkt dat de minister kenbaar moet motiveren dat rekening is gehouden met de culturele achtergrond of het opleidingsniveau. Eiser is laaggeschoold en analfabeet. Het referentiekader heeft uiteindelijk ook zijn weerslag gehad op de kwaliteit van de verklaring van eiser. Tekenend is de inrichting van de vraagstelling ten aanzien van zijn politieke activiteiten in het nader gehoor, waaruit niet duidelijk blijkt wat de minister van eiser verwacht. Inhoudelijk zijn er geen vragen over de ontplooide politieke activiteiten of politieke overtuiging gesteld.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser en dus met de culturele achtergrond en zijn opleidingsniveau. Eiser heeft enkel gesteld dat hij laaggeschoold en analfabeet is, maar heeft verder niet geconcretiseerd waaruit zijn referentiekader zou bestaan. Vervolgens is de minister uitgebreid op het referentiekader van eiser ingegaan in het algemeen in het voornemen [3] , maar ook op specifieke onderdelen heeft de minister duidelijk gemaakt wat van eiser gezien zijn referentiekader verwacht mag worden. Zo heeft de minister onder andere het volgende in het voornemen opgenomen:
‘De enkele verklaring dat hij met de jeugd sprak en hun overtuigde is summier. Van betrokkene mag verwacht worden dat hij hierover gedetailleerder kan verklaren juist nu hij aangeeft dat hij deze werkzaamheden
zeven jaar lang verricht heeft voor de PDP.’ [4] en
‘Hij geeft aan dat hij zich nooit verdiept heeft in de partij (p. 13 NG). Dit is er wederom summier en oppervlakkig. Betrokkene heeft immers zeven jaar lang gewerkt voor de partij en kan op geen enkele wijze aangeven wat hem aantrok in de partij.’ [5] De minister heeft per tegenwerping voldoende aangegeven en gemotiveerd waarom hij meer van eiser verwacht en heeft daarmee voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Eiser heeft niet onderbouwd wat er niet klopt aan deze motiveringen in het bestreden besluit. Deze grond kan niet slagen.
Geloofwaardigheid van de elementen en zwaarwegendheid politieke overtuiging
8. Eiser heeft op de zitting duidelijk gemaakt dat eiser met al zijn beperkingen en zijn referentiekader, zijn politieke overtuiging wel degelijk duidelijk heeft gemaakt, en dat hij daarover dus ook geloofwaardig heeft verklaard. Ook summiere verklaringen dienen door de minister getoetst te worden. De politieke overtuiging is volgens eiser ten onrechte buiten beeld gebleven. Daarnaast heeft eiser op zitting gesteld dat de minister hierover onvoldoende heeft doorgevraagd tijdens de gehoren. Verder stelt eiser dat de minister een verkeerd toetsingskader hanteert door te menen dat er sprake moet zijn van een fundamentele politieke overtuiging. Ook heeft eiser zich gerealiseerd dat hij opgelicht is over het krantenartikel wat hij heeft overgelegd dat door Bureau Documenten als niet echt is bevonden. Echter zelfs als een deel van het relaas nog steeds niet geloofwaardig geacht kan worden, kan onderhavige aanvraag volgens eiser worden ingewilligd. Eiser stelt dat de minister de problemen als gevolg van de beschietingen ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Uit de verklaringen van eiser is namelijk wel een duidelijk beeld ontstaan van de gebeurtenissen.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan slagen. Hoewel eiser terecht aanvoert dat de minister een verkeerd toetsingskader benoemt door aan te geven dat van belang is dat sprake moet zijn van een fundamentele politieke overtuiging, is de rechtbank van oordeel dat dit er niet toe leidt dat het besluit geen stand kan houden. De minister heeft namelijk alsnog voldoende gemotiveerd dat bij eiser geen sprake is van enige, beschermenswaardige, politieke overtuiging en heeft niet enkel getoetst of die overtuiging ook fundamenteel is. Eiser heeft nergens in de gehoren duidelijk kunnen maken waar zijn politieke mening, opvatting of gedachte uit bestaat. Hij heeft juist aangegeven enkel bij de PDP te werken vanwege het geld. [6] Bovendien heeft eiser niet gemotiveerd betwist dat er bij hem geen sprake is van een beschermenswaardige politieke overtuiging.
8.2.
De minister heeft het lidmaatschap van de PDP en de gestelde activiteiten ongeloofwaardig mogen vinden. De minister heeft dit in de besluitvorming uitgebreid gemotiveerd en eiser heeft deze stelling niet gemotiveerd betwist. Daarnaast kan de rechtbank niet volgen dat de minister onvoldoende heeft doorgevraagd naar de reden waarom eiser lid is van de PDP. Vanaf pagina 13 in het nader gehoor is eiser hierover bevraagd met onder andere de vragen wat de PDP voor eiser betekent en of dat in de jaren is gewijzigd en wat hij wilde bereiken met zijn lidmaatschap bij de PDP. Verder heeft de minister ook op het valse krantenartikel mogen wijzen. Ook al ligt het zwaartepunt op de verklaringen van eiser om zijn relaas ongeloofwaardig te achten, het valse krantenartikel kan niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van het relaas aan eiser. De minister heeft daar dus gewicht aan mogen hangen. Ook heeft eiser geen stukken ingebracht om dit element nader te onderbouwen. De minister heeft het dus ongeloofwaardig mogen vinden.
8.3.
Verder heeft de minister de problemen met de beschieting naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig mogen achten. De minister heeft er terecht op gewezen dat de verklaringen van eiser niet overeenkomen met andere openbare bronnen, waaruit juist zou blijken dat de verkiezingen vreedzaam en ordelijk verliepen. [7] Ook heeft de minister erop mogen wijzen dat eiser niet consistent heeft verklaard over wat hij op het moment van de beschietingen deed. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt wat er precies is voorgevallen op 14 juli 2012 wat ervoor heeft gezorgd dat hij wordt gezien als doelwit door de ACN en de Nigeriaanse autoriteiten. De minister heeft in het voornemen en het bestreden besluit uitgebreid gemotiveerd waarom hij dit ongeloofwaardig acht en eiser is hier slechts summier op ingegaan. Daarnaast heeft eiser ook hier geen documenten overgelegd die zijn relaas kunnen staven. Ook deze grond kan niet slagen.
Non-refoulement en terugkeerbesluit
9. Eiser heeft er tot slot op gewezen dat op de nationale rechter een verplichting rust om ambtshalve bij de ten uitvoerlegging van een terugkeerbesluit vast te stellen of schending van het beginsel van non-refoulement aan de orde is. [8]
9.1.
Voor zover eiser heeft beoogd te betogen dat de rechtbank ambtshalve een beoordeling van het risico op refoulement moet maken of deze kenbaar moet maken, ziet de rechtbank daar in dit geval geen aanleiding voor. Zoals uit deze uitspraak volgt heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd waarom geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria. Door eiser zijn geen omstandigheden aangegeven die aanknopingspunten bieden voor een ambtshalve beoordeling van de vraag of eisers terugkeer in strijd is met het beginsel van non-refoulement. Deze beroepsgrond kan ook niet slagen.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.Zie pagina 2 en 3 van het voornemen.
4.Zie pagina 5 van het voornemen.
5.Zie pagina 5 van het voornemen.
6.Zie pagina’s 14 en 16 van het nader gehoor en pagina 6 van het aanvullend gehoor.
7.Zie voornemen pagina 6.
8.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892, onder 38.