Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9584

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/09/692264 / HA RK 25-555
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:190 lid 4 BWArt. 4:203 lid 1 sub a BWArt. 4:205 BWArt. 3:45 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming vereffenaar en mede-vereffening nalatenschap in belang schuldeisers erfgenaam

Op 18 januari 2025 is de overledene overleden zonder testament en ongehuwd. De nalatenschap is beneficiair aanvaard door vier erfgenamen, waarbij één erfgenaam de nalatenschap heeft verworpen. Een schuldeiser van deze erfgenaam, Bos van der Burg Advocaten, stelt dat de verwerping paulianeus is en heeft executoriaal beslag gelegd op het aandeel in de nalatenschap, waaronder een woning.

De rechtbank oordeelt dat vernietiging van de verwerping wegens benadeling niet mogelijk is, maar dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van de erfgenaam die heeft verworpen moet worden vereffend. Dit omdat de schuldeiser klaarblijkelijk benadeeld is doordat zij haar vordering niet volledig kan verhalen.

De erfgenamen verschillen van mening over de verkoop van de woning uit de nalatenschap, waardoor de afwikkeling stagneert. De rechtbank benoemt daarom een vereffenaar om de nalatenschap voortvarend en correct af te wikkelen, mede in het belang van alle schuldeisers.

De benoemde vereffenaar is Stichting Executele Partners, die bereid is deze taak te aanvaarden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de griffier wordt verzocht de benoeming in het boedelregister in te schrijven en de kantonrechter te Leiden te informeren.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een vereffenaar en bepaalt mede-vereffening van de nalatenschap ten behoeve van schuldeisers van de erfgenaam die de nalatenschap heeft verworpen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
Zittingsplaats Den Haag
zaaknummer / rekestnummer: C/09/692264 / HA RK 25-555
Beschikking van 9 april 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
verzoeker,
advocaat mr. M.L. Neuteboom-van Asselt te Leiden,
en

1.[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder 2] ,
verweerders,
advocaat mr. P.J. de Groen te Leiden,
en
[belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
belanghebbende,
procederend in persoon.
De rechtbank heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
de maatschap BOS VAN DER BURG ADVOCATEN,
in haar hoedanigheid van schuldeiser van:
[erfgenaam] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats 1] ,
met een briefadres te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [erfgenaam] ,
die na te melden nalatenschap heeft verworpen,
kantoorhoudende te Zoetermeer,
hierna te noemen: Bos van der Burg Advocaten,
advocaat: mr. drs. M.R. van Leeuwen te Zoetermeer.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met producties (nummers 1 t/m 12), ontvangen op 29 september 2025;
- de brief van 18 december 2025 van [belanghebbende] ;
- het verweerschrift met producties (nummers 1 t/m 6), ontvangen op 22 januari 2026;
- de brief van 20 januari 2026 van [verzoeker] met producties (nummers 13 en 14);
- de brief van 22 januari 2026 van [verzoeker] met producties (nummers 15 t/m 17);
- het e-mailbericht van 22 januari 2026 met een ongenummerde productie;
- de brief van 27 februari 2026 van [verzoeker] met producties (nummers 18 t/m 22).
1.2.
Op 23 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en op 6 maart 2026 heeft de voortzetting van de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van wat tijdens deze zittingen is besproken zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het dossier bevinden.
1.3.
Na afloop van de laatste zitting is de zaak één week aangehouden teneinde te bezien of partijen (alsnog) in onderling overleg afspraken konden maken over de verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning aan [verweerder 1] en [verweerder 2] . Uit de berichten van [verzoeker] , [verweerder 1] en [verweerder 2] volgt dat dat niet is gelukt. De uitspraak is daarop bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 18 januari 2025 is overleden te [plaats 2] :
[erflater] ,geboren op [geboortedatum 2] 1969 te [geboorteplaats 2] (hierna te noemen: de overledene).
2.2.
De laatste woonplaats van de overledene was [woonplaats] .
2.3.
Volgens opgave van het Centraal Testamentenregister van 10 september 2025 heeft de overledene niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Ten tijde van het overlijden was de overledene ongehuwd en niet als partner geregistreerd.
2.4.
Uit de verklaring van erfrecht van 24 december 2025 blijkt dat:
- [erfgenaam] de nalatenschap heeft verworpen,
- [belanghebbende] en [verzoeker] ieder voor 1/3e deel van de nalatenschap erfgenaam zijn,
- [verweerder 1] en [verweerder 2] ieder voor 1/6e deel van de nalatenschap erfgenaam zijn,
- [belanghebbende] , [verzoeker] , [verweerder 1] en [verweerder 2] de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard.
2.5.
In een brief van 22 januari 2026 heeft Bos van der Burg Advocaten aan [verzoeker] onder meer het volgende geschreven:
“Gelet op het feit dat mevrouw [erfgenaam] bij mijn kantoor een aanzienlijke openstaande schuld heeft, acht mijn kantoor de rechtshandeling tot verwerping van de nalatenschap paulianeus als omschreven in artikel 3:45 BW Pro. Als gevolg daarvan is de verwerping vernietigbaar. Met dit schrijven roep ik namens mijn kantoor de vernietiging in van de rechtshandeling tot verwerping van de nalatenschap door mevrouw [erfgenaam] .
Een en ander houdt in dat mevrouw [erfgenaam] wat mijn kantoor betreft simpelweg erfgename is gebleven in de nalatenschap van wijlen haar broer en dat zij door te handelen zoals zij dat thans doet, moedwillig en onverplicht als schuldenaar in verzuim is en tracht het verhaal van de vorderingen van mijn kantoor doelbewust te frustreren.
(…)
Mijn kantoor is er mee bekend dat op vrijdag 23 januari 2026 een rechtszitting plaatsvindt ten aanzien van de benoeming van een vereffenaar. Mijn kantoor kan eventueel instemmen met vereffening van de nalatenschap, maar op geen enkele wijze met de levering van de woning aan derden zonder dat mijn kantoor zeker gesteld is voor de vordering die wij hebben.”
2.6.
Op 27 januari 2026 heeft Bos van der Burg Advocaten executoriaal beslag gelegd op het gehele aandeel in de onverdeelde nalatenschap van de overledene, waartoe [erfgenaam] is gerechtigd, onder meer bestaande uit de tot nalatenschap behorende woning gelegen aan de [adres 1] .

3.De beoordeling

3.1.
De laatste woonplaats van de overledene was in [woonplaats] , zodat de rechtbank Den Haag bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.
3.2.
Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van de overledene.
3.3.
De rechtbank kan, indien een beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap heeft plaatsgevonden, een vereffenaar benoemen op verzoek van een erfgenaam (artikel 4:203 lid 1 sub a BW Pro). [verzoeker] is erfgenaam van de overledene en kan daarom in zijn verzoek worden ontvangen.
3.4.
De rechtbank stelt voorop dat de schuldeiser van een erfgenaam niet op grond van benadeling de verwerping van die erfgenaam kan vernietigen (artikel 4:190 lid 4 tweede Pro zin BW). De vernietiging van de verwerping door [erfgenaam] die Bos van der Burg Advocaten heeft ingeroepen treft daarom geen doel. Dit betekent echter niet dat Bos van der Burg Advocaten per definitie met lege handen komt te staan. De rechtbank kan, wanneer een schuldeiser van een erfgenaam die de nalatenschap verworpen heeft door deze verwerping klaarblijkelijk is benadeeld, bepalen dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van degene die verworpen heeft zal worden vereffend en een vereffenaar benoemen (artikel 4:205 BW Pro).
Van een klaarblijkelijke benadeling is sprake indien (1) de schuldeiser haar vordering op de erfgenaam niet of niet geheel op haar kan verhalen en (2) aan de erfgenaam een aandeel in het overschot zou zijn toegekomen, indien zij niet zou hebben verworpen [1] .
3.5.
Uit de stukken en wat tijdens de zittingen is besproken, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat Bos van der Burg Advocaten klaarblijkelijk is benadeeld doordat [erfgenaam] de nalatenschap heeft verworpen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van [erfgenaam] moet worden vereffend.
3.6.
Vervolgens is de vraag of een vereffenaar moet worden benoemd. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is, omdat de erfgenamen niet in staat zijn om gezamenlijk de nalatenschap van de overledene correct af te wikkelen. Zij verschillen van mening over het bestaan van een tussen hen bindende afspraak over de aankoop van de tot de nalatenschap behorende woning door [verweerder 1] en [verweerder 2] . Zolang daarover geen duidelijkheid komt blijft de afwikkeling van de nalatenschap stil liggen. Dit acht de rechtbank niet in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap én de schuldeisers van [erfgenaam] , en ook niet in het kader van een voortvarende afwikkeling van de nalatenschap op zich. Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar zal dan ook worden toegewezen.
3.7.
De voorgestelde vereffenaar heeft zich schriftelijk bereid verklaard een benoeming als zodanig te aanvaarden.

4.De beslissing

De rechtbank:
benoemt
STICHTING EXECUTELE PARTNERS,
correspondentieadres: [adres 2] ,
tot vereffenaar van de nalatenschap van:
[erflater] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1969 te [geboorteplaats 2] ,
laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
overleden op 18 januari 2025 te [plaats 2] ;
bepaalt dat de nalatenschap van de overledene mede in het belang van de schuldeisers van [erfgenaam] moet worden vereffend;
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verzoekt de griffier de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;
verzoekt de griffier de kantonrechter te Leiden op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op
9 april 2026.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 1 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7355, r.o. 4.8.