ECLI:NL:RBDHA:2026:9566
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag homoseksuele asielzoeker uit Gambia
Eiser, een homoseksuele man uit Gambia, diende een eerste asielaanvraag in op 25 maart 2023, die werd afgewezen en waarvan het beroep en hoger beroep ongegrond werden verklaard. Op 20 januari 2026 diende hij een opvolgende asielaanvraag in, die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard omdat er geen nieuwe elementen waren die een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigden.
Eiser voerde aan dat zijn seksuele geaardheid onveranderlijk is en overhandigde twee nieuwe ondersteunende verklaringen van een LGBT-organisatie en een vriend. Verweerder stelde dat deze verklaringen inhoudelijk overeenkwamen met eerder ingediende stukken en dat de geloofwaardigheid van eiser reeds was beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe stukken geen nieuwe feiten bevatten die een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank volgde verweerder en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak benadrukt dat zonder nieuwe relevante feiten een opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag.