Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ook uit het rapport van het nader gehoor blijkt dat verweerder rekening heeft gehouden met eisers achtergrond en referentiekader. De hoormedewerker heeft bepaalde vragen meerdere keren of op verschillende manieren aan eiser gesteld juist om hem de mogelijkheid te geven goed te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet.
Dat eiser de zinsnede “interesse (…) in iemand van hetzelfde geslacht” anders heeft begrepen dan verweerder heeft bedoeld, maakt dat de conclusie van verweerder niet anders. Verweerder stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser summier, oppervlakkig en soms ook wisselende verklaringen heeft gegeven op (andere) vragen die door verweerder zijn gesteld (zie hierna onder 5.2. tot en met 5.5.). Ook heeft eiser geen inzicht gegeven in de gedachten en gevoelens die hij had toen hij besefte dat hij zich aangetrokken voelde tot jongens. De verklaring van eiser dat het goed voelde en dat hij het nou eenmaal in zich had, heeft verweerder onvoldoende mogen achten.
.Hij heeft geen inzicht gegeven in de wijze waarop hun vriendschap is ontwikkeld tot een liefdesrelatie hoewel hij daar door de gehoormedewerker op verschillende manieren naar is gevraagd. Verweerder stelt zich daarbij niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiser dat de relatie leuk, liefdevol en romantisch was en dat eiser zich goed voelde bij [persoon A] , summier en oppervlakkig zijn. Ook de verklaringen over de eigenschappen van [persoon A] heeft verweerder algemeen mogen achten (dat hij langer is dan eiser, een lichte huid heeft, betrouwbaar is, goed geheimen kan bewaren en een kort lontje heeft).