ECLI:NL:RBDHA:2026:9543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Jezidi uit Koerdische Autonome Regio
Eiser, een Jezidi uit de Koerdische Autonome Regio (KAR), diende op 25 april 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 29 augustus 2025 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 25 maart 2026 en oordeelt dat de afwijzing niet in stand kan blijven vanwege onvoldoende motivering van de minister.
De rechtbank stelt vast dat de minister niet heeft onderzocht of de situatie in de ontheemdenkampen in de KAR sinds medio 2024 is verbeterd, noch waarom deze kampen als normale woon- of verblijfplaats kunnen worden aangemerkt. De leefomstandigheden in de kampen zijn slecht, met terugtrekking van hulp en gebrek aan basisvoorzieningen, wat een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De minister heeft het asielrelaas van eiser onvoldoende beoordeeld, met name de humanitaire omstandigheden en het risico bij terugkeer. De rechtbank volgt het eerdere oordeel van 4 februari 2025 dat de beleidswijziging WBV 2024/12 onvoldoende is gemotiveerd.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser. De minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en veroordeelt de minister tot het nemen van een nieuw besluit binnen zes weken.