Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Het wrakingsverzoek
2.De beoordeling
3.De beslissing
- de verzoeker p/a zijn advocaat mr. H. Oldenhof;
- de officier van justitie mr. J. Vroegindeweij;
- de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Op 13 april 2026 heeft de verdachte tijdens een zitting een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de strafzaken tegen hem behandelt. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid omdat de rechter zijn verzoek tot aanhouding van de zaak had afgewezen.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij gegronde vrees voor rechterlijke partijdigheid, wat niet het geval is bij een procedurele beslissing zoals het afwijzen van een aanhoudingsverzoek. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de beoordeling van de juistheid van de beslissing behoort toe aan de behandelende rechter in de hoofdzaak.
Gezien het ontbreken van andere feiten die wijzen op partijdigheid, wees de wrakingskamer het verzoek af. Er was geen reden voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de strafzaak wordt voortgezet.