Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Wat betreft het beroep van eiseres op de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:475, overweegt de rechtbank als volgt. In die uitspraak was een verzoek om handhaving gedaan met betrekking tot een strekdam, die volgens de verzoekers in strijd met de wet was verlengd en verzwaard. Bij het besluit op dat handhavingsverzoek had het hoogheemraadschap in eerste instantie alleen gekeken of recent uitgevoerde werkzaamheden tot een overtreding hadden geleid, en pas in bezwaar zijn ook eerder uitgevoerde werkzaamheden bij de beoordeling betrokken. De Afdeling kwam tot het oordeel dat geen sprake was van uitbreiding van het handhavingsverzoek, omdat ook de oorspronkelijke formulering van het verzoek al zag op mogelijke wijzigingen aan de strekdam die al langere tijd geleden waren aangebracht. Op dit punt verschilt de aangehaalde uitspraak van de nu voorliggende zaak, waarin immers uit de formulering van het verzoek tot handhaving niet kan worden afgeleid dat het ook op een eventuele splitsing zag.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.I. Ince, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.