ECLI:NL:RBDHA:2026:9425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd voor verzoek om herziening in vreemdelingenzaak
Deze uitspraak betreft een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de rechtbank Zwolle van 25 maart 2015, waarin een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar aan verzoeker waren opgelegd. De rechtbank overweegt dat zij onbevoegd is om van dit verzoek kennis te nemen omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) exclusief bevoegd is om te beslissen over herzieningsverzoeken nadat zij zelf in hoger beroep over de zaak heeft beslist.
Het procesverloop toont dat het oorspronkelijke beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod door de rechtbank en later door de Afdeling is behandeld, waarbij de Afdeling de eerdere uitspraken heeft bevestigd. Verzoeker heeft meerdere herzieningsverzoeken ingediend, die door de rechtbank en de Afdeling zijn afgewezen of doorverwezen.
De rechtbank stelt vast dat het huidige verzoek om herziening moet worden aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2015, waarop alleen de Afdeling bevoegd is te beslissen. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en stuurt het verzoek door naar de Afdeling. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter K. Ides en griffier K.I. Legendal-Moesker. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om het verzoek om herziening te behandelen en verwijst het door naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.