ECLI:NL:RBDHA:2026:9398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse man, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag was afgewezen en deze afwijzing was bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Hij baseerde zijn nieuwe aanvraag op zijn homoseksuele geaardheid, die hij in de eerste procedure niet had genoemd uit angst en schaamte.
De minister achtte de homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig vanwege onvoldoende onderbouwing met objectieve documenten, tegenstrijdigheden in het verhaal, en het feit dat eiser pas jaren na aankomst in Nederland dit motief aanvoerde. De rechtbank oordeelde dat de minister het referentiekader van eiser voldoende had meegewogen en dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in zijn seksuele ontwikkeling, relaties en de negatieve reacties van zijn omgeving.
De rechtbank vond het onlogisch dat eiser na problemen in Nigeria terugkeerde en onvoldoende uitleg gaf over zijn verblijf aldaar. Ook vond zij dat de brief van een LHBTI-organisatie en foto’s onvoldoende waren om de geaardheid aannemelijk te maken. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser geen asielvergunning krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid.