ECLI:NL:RBDHA:2026:9391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens beschermenswaardig familieleven
Eisers, familieleden van een referent die in Nederland verblijft, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel gezinshereniging. De minister wees deze aanvragen af, stellende dat er geen beschermenswaardig familieleven bestond volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van beschermenswaardig familieleven. De familie woonde samen in Afghanistan, maar moest vluchten vanwege het werk van de referent voor de Amerikaanse coalitie. De langdurige onderbreking van samenwoning is onvrijwillig en niet verwijtbaar aan de referent. De familie is financieel en emotioneel afhankelijk van de referent, die hen ondersteunt vanuit Nederland.
Ook tussen de ouders van de referent en diens zoon bestaat een hechte persoonlijke band. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste.