ECLI:NL:RBDHA:2026:9391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens beschermenswaardig familieleven
Eisers, familieleden van een referent die in Nederland verblijft, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel verblijf als familie- of gezinslid. De minister wees deze aanvragen af, waarna eisers bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro tussen de referent en zijn ouders, meerderjarige broers en minderjarige zussen en broer. Ook tussen het kind van de referent en diens grootouders zijn hechte persoonlijke banden vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat de afwijzing onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, mede omdat verweerder geen onderzoek heeft gedaan naar de familierechtelijke relatie.
De rechtbank benadrukt dat de langdurige onvrijwillige onderbreking van samenwoning niet aan eisers kan worden tegengeworpen en dat de financiële en emotionele afhankelijkheid van eisers van de referent groot is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het belang van het kind en het horen van het kind in acht moeten worden genomen. Tevens worden de proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van beschermenswaardig familieleven.