Uitspraak
Beschikking op het op 11 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de moeder;
- het verweer van de vader tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder;
- het bericht met bijlagen van 3 februari 2026 van de moeder
- het bericht met bijlage van 4 februari 2026 van de vader.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Volgens een recent uittreksel van de Basisregistratie Personen (BRP) volgt dat de ouders en [minderjarige] allen de Poolse nationaliteit hebben.
Verzoek en verweer
- de vader te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] , in die zin dat ouders gezamenlijk gezag uitoefenen over [minderjarige] ;
- primair: een regeling te treffen inzake de omgang tussen de vader en [minderjarige] , waarbij [minderjarige] drie opvolgende weekenden van vrijdagmiddag na school tot zondagavond 19.00 uur bij de vader is, de vader [minderjarige] haalt en brengt en elke dinsdag en donderdag tussen 17.00 uur en 19.00 uur een videobelmoment plaatsvindt;
- de verdeling van vakanties en feestdagen als volgt te bepalen:
- herfstvakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- kerstvakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- voorjaarsvakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- meivakantie: eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de moeder, laatste drie weken bij de vader;
- Pasen: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- Goede vrijdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Vaderdag: bij de vader;
- verjaardag [minderjarige] : even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Bevrijdingsdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Hemelvaartsdag: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- Pinksteren: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
subsidiair: een regeling vast te stellen die de rechtbank juist acht.
- primair: te bepalen dat [minderjarige] eens per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt van school en weer terugbrengt bij de moeder;
- de verdeling van de vakanties en feestdagen als volgt te bepalen:
- herfstvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- kerstvakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- voorjaarsvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- meivakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- zomervakantie: laatste drie weken bij de moeder, eerste drie weken bij de vader;
- Pasen: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Vaderdag: bij de vader;
- te bepalen dat de vader, primair met ingang van 1 april 2025, subsidiair met ingang datum indiening verweerschrift, dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ten bedrage van € 355,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;
- subsidiair: een regeling vast te stellen die de rechtbank juist acht.
Beoordeling
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
€ 3.300,- per maand.
€ 12.797,- in 2023, zoals volgt uit de verklaring geregistreerd inkomen van 2023.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
€ 96,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Het NBGI van de ouders bedraagt dus (3.300 + 1.066 + 96 =) € 4.462,- per maand. Dit gegeven levert op basis van de tabel een behoefte op van € 624,- per maand in 2023. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte € 706,- per maand.
€ 42,- per jaar. De rechtbank overweegt hiertoe nu de moeder al 24 uur per week werkt, verdeeld over de dagen maandag tot en met vrijdag, totdat [minderjarige] uit school komt. Verder draagt zij doordeweeks alle zorg voor [minderjarige] en brengt haar naar alle (na)schoolse activiteiten en afspraken.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
€ 493,- per maand aflost op deze schuld. Verder blijkt uit de aangifte inkomstenbelasting 2024 dat wederom een aanslag volgt van € 9.427,- en voor 2025 wordt een aanslag verwacht van ongeveer € 8.000,-. De moeder stelt dat hier geen rekening mee moet worden gehouden, nu het gaat om een vermijdbare en verwijtbare schuld. Daarnaast zou de vader al bijna klaar zijn met het aflossen van de schuld uit 2023 en zijn over de andere jaren geen bewijzen overgelegd.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
Beslissing
- herfstvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- kerstvakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- voorjaarsvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- meivakantie: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de moeder in de even jaren, laatste drie weken bij de vader in de even jaren en in de oneven jaren andersom;
- Pasen: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Goede vrijdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Vaderdag: bij de vader;
- Moederdag: bij de moeder;
- Bevrijdingsdag: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- Hemelvaartsdag: oneven jaren bij de moeder, even jaren bij de vader;
- Pinksteren: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- verjaardag [minderjarige] : bij de moeder en moeder nodigt vader uit;
€ 337,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;