Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9383

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
NL25.1179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepsgronden visum kort verblijf

Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf om haar neef te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko, waardoor niet aannemelijk was dat zij tijdig zou terugkeren. Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar vermeldde de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn.

De rechtbank gaf eiseres de mogelijkheid om dit te herstellen, maar de beroepsgronden werden pas na de termijn ingediend. De gemachtigde van eiseres voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals een kantoorverhuizing en internetproblemen, de vertraging veroorzaakten. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd en niet verschoonbaar waren.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1179

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Singh),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Laros).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een visum voor kort verblijf.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 30 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Bij uitspraak van 4 april 2025 heeft deze rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres de beroepsgronden buiten de gestelde termijn heeft ingediend.
1.3.
Eiseres heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van 4 april 2025. De verzetsrechter heeft het verzet bij uitspraak van 17 juli 2025 gegrond verklaard.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de neef van eiseres [referent] , de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1986 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf, om referent te bezoeken.
2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres onvoldoende sociale en economische binding heeft met Marokko, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat zij tijdig zal terugkeren. Ook heeft eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet aannemelijk gemaakt. Tijdens de zitting heeft verweerder laten weten de afwijzingsgrond over het doel en de omstandigheden van het verblijf te laten vallen.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste heeft eiseres sterke sociale banden met Marokko, omdat haar ouders en broertje daar wonen. Zij woont bij haar ouders en is verantwoordelijk hun zorg. Ten tweede heeft eiseres economische binding met Marokko, omdat zij zelfstandig naaister is en over voldoende financiële middelen beschikt. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat zij haar inkomsten voornamelijk in contanten ontvangt, wat gebruikelijk is in Marokko. Ten derde had verweerder eiseres moeten horen om nader in te gaan op de omstandigheden van eiseres en verduidelijking te krijgen over de stortingen op haar bankrekening en haar inkomen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Is het beroep ontvankelijk?
5. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep
vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met
het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid -
het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
6. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres in haar bericht van 9 januari 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft pas op 7 maart 2025 beroepsgronden ingediend, dit is buiten de gestelde termijn. Eiseres heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
7. De rechtbank zal dan ook beoordelen of het te laat indienen van de beroepsgronden door eiseres verschoonbaar is. [3] De gemachtigde van eiseres heeft aangevoerd dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, te weten de verhuizing van zijn kantoor en problemen met internet op de nieuwe locatie, waardoor de gronden niet tijdig in het digitale dossier konden worden geüpload. Daarbij komt dat het, anders dan bij fysieke dossiers, bij het digitaal indienen van het beroep niet mogelijk is om gronden aan te voeren. De rechtbank stelt voorop dat van belang is eiseres een professioneel gemachtigde heeft. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiseres zijn stelling tijdens de zitting dat hij geen toegang had tot het internet door problemen met de aansluiting van KPN niet onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank had het op zijn weg gelegen om zijn stelling met stukken te onderbouwen. Het is de rechtbank tegen deze achtergrond niet gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de termijnoverschrijding niet verwijtbaar is en niet aan de indiener kan worden toegerekend. Ook als door de verhuizing per ongeluk iets over het hoofd is gezien, maar dit maakt niet dat het te laat indienen van de gronden verschoonbaar is. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.In overeenstemming met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31.