ECLI:NL:RBDHA:2026:9339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 1 augustus 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het beroep in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 9 april 2026, waarbij de gemachtigde van verzoeker afwezig was en verzoeker zelf niet is verschenen. De gemachtigde van de minister was wel aanwezig.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.49068). Omdat het beroep reeds is beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.