ECLI:NL:RBDHA:2026:9304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens motiveringsgebrek en schending hoorplicht
Eisers, Pakistaanse nationaliteit, vroegen een visum voor kort verblijf om hun zoon te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af wegens onvoldoende sociale en economische binding en twijfel over tijdige terugkeer.
Eisers dienden het beroepschrift te laat in, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet aan hen te wijten was omdat het besluit naar een oud adres van hun gemachtigde was gestuurd. Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat eiseres eerder een Schengenvisum had gekregen en tijdig was teruggekeerd. Dit vormde een bewijsvermoeden voor tijdige terugkeer, dat niet gemotiveerd was weerlegd. Tevens werd de hoorplicht geschonden doordat eisers niet werden gehoord over de twijfels van verweerder.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.