ECLI:NL:RBDHA:2026:9295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag van 26 augustus 2025 af te wijzen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep samen met dat van de opa van eiser op 31 maart 2026 behandeld.
De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 13 november 2025 door het COA is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (mob). De gemachtigde van eiser verklaarde ter zitting dat zij geen contact meer heeft met eiser, die naar Frankrijk is vertrokken.
De rechtbank toetst of eiser nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij vertrek met onbekende bestemming het beroep alleen ontvankelijk blijft als er recent contact is over de procedure. Nu dat niet het geval is, neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op een beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt het niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier Y. van Wijk op 16 april 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan contact.