Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.S.L.L. Rovers, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Marokkaanse nationaliteit, zat op basis van één terugkeerbesluit meerdere keren in bewaring. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring en concludeerde dat de totale duur langer dan zes maanden bedroeg, terwijl geen verlengingsbesluit was genomen zoals vereist volgens het arrest Aroja van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf het sluiten van het onderzoek op 9 februari 2026 tot de opheffing op 10 maart 2026 onrechtmatig was voortgezet. Eiser kwam daarom in aanmerking voor een schadevergoeding van €3.480,- voor deze periode. Het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 12 februari 2026 werd afgewezen omdat deze uitspraak in kracht van gewijsde was gegaan en het arrest Aroja niet tot herziening leidt.
De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten van eiser. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De bewaring is onrechtmatig voortgezet zonder verlengingsbesluit en eiser krijgt een schadevergoeding van €3.480,- toegekend; verzoek tot herziening wordt afgewezen.