Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[partij B sub 1] , te Zevenhoven,2. [partij B sub 2] B.V., te Zevenhoven,
1.Processtukken
- de dagvaarding van 24 februari 2025, met producties 1 tot en met 95;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring en tot het verstrekken van afschrift van gegevens, met productie 1;
- de conclusie van antwoord in incident, met producties 96 tot en met 98.
2.Het geschil
Senior Loan. Met dit krediet kocht [bedrijfsnaam 2] vorderingen van factoringklanten. Daaraan waren verschillende voorwaarden verbonden, zoals dat de vorderingen
eligiblemoesten zijn. Van een zogenoemde eligible vordering was – kort gezegd – sprake indien: de vordering onbetwist was, niet hoger dan € 500.000,00 was, niet langer dan 90 dagen onbetaald was, voor tenminste 90% kredietverzekerd was en overdraagbaar of verpandbaar was.
3.De beoordeling in het incident
Senior Loandoor NIBC aan [bedrijfsnaam 2] op 24 mei 2017 en meer specifiek de kredietaanvraag door [bedrijfsnaam 1] en de onderliggende stukken, het interne kredietvoorstel zoals dat is voorgelegd aan het
risk committeevan NIBC en de beoordeling van het risk committee van NIBC;
due diligence-onderzoek en een kredietbeoordelingstraject plaatsgevonden ten behoeve van de verstrekking van het krediet. NIBC heeft aangeboden om – bij toewijzing van de vordering tot afgifte – deze stukken te inventariseren in een lijst en deze lijst eerst aan [partij B] c.s. te verstrekken waaruit hij een selectie mag maken, waarop vervolgens NIBC de gegevens verstrekt of bezwaren tegen verstrekking daarvan maakt. Daar is [partij B] c.s. ter zitting mee akkoord gegaan. De rechtbank zal de vordering tot afgifte van deze stukken dan ook onder die voorwaarden toewijzen. Mochten hierover geschillen rijzen, dan zal de rechtbank partijen de gelegenheid geven om deze aan de rechtbank voor te leggen, zoals weergegeven in de beslissing van dit vonnis.
internestukken van NIBC met betrekking tot de kredietaanvraag- en ophoging, zoals het interne kredietvoorstel en de beoordeling van het risk committee. NIBC heeft terecht gesteld dat gewichtige redenen tegen de afgifte van interne stukken zich verzetten. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
- NIBC verstrekt binnen vier weken na datum van dit vonnis, dus uiterlijk 18 februari 2026, aan [partij B] c.s. de lijst met documenten ten aanzien van de verstrekking en ophoging van het krediet als bedoeld in vordering i. en iv., met uitzondering van de interne documenten van NIBC, een en ander als hiervoor uitgewerkt onder 3.10 en verder;
- [partij B] c.s. zal vervolgens binnen vier weken daarna, dus uiterlijk 18 maart 2026, aan NIBC aangeven welk van de op de hiervoor bedoelde lijst genoemde documenten hij wenst te ontvangen. Indien [partij B] c.s. van mening is dat NIBC met het verstrekken van de lijst niet voldoet aan de veroordeling als omschreven 3.12 kan hij op de rol van 18 maart 2026 een akte te nemen waarin hij de resterende geschilpunten identificeert en zijn standpunt daartoe toelicht;
- NIBC zal de hiervoor bedoelde documenten vervolgens binnen drie weken, dus uiterlijk 8 april 2026 aan [partij B] c.s. verstrekken en, zo nodig, op de rol van 8 april 2026 bij akte reageren op de (eventueel) door [partij B] c.s. genomen akte;
- Voor zover partijen geen overeenstemming bereiken over de hoogte van het voorschot mag NIBC bij (indien van toepassing: dezelfde) akte van 8 april 2026 toelichten welk voorschot zij, in het licht van de daadwerkelijk over te leggen documenten, redelijk acht. [partij B] c.s. mag in dat geval bij akte van 22 april 2026 daarop reageren. De rechtbank verzoekt partijen om, indien aktewisseling niet nodig blijkt, dat bij B-formulier aan de rechtbank te berichten.
4.De beslissing
4 maart 2026;