ECLI:NL:RBDHA:2026:9212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 20 augustus 2025. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De minister heeft gemeld dat eiser op 18 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft bevestigd geen contact meer te hebben met eiser. Dit leidt tot de conclusie dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:2662) die terughoudendheid gebiedt bij het niet-ontvankelijk verklaren op basis van een MOB-melding, maar stelt dat het ontbreken van contact met de gemachtigde na de MOB-melding het ontbreken van procesbelang bevestigt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier N. Dayerizadeh op 5 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.