ECLI:NL:RBDHA:2026:9205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië onder Dublinverordening
Eiser diende op 15 april 2024 een asielaanvraag in, waarbij uit het Eurodac-systeem bleek dat hij Europa via Italië was binnengekomen. De minister besloot geen overnameverzoek aan Italië te richten en de aanvraag in de nationale procedure te behandelen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer geldt vanwege het ontbreken van opvangfaciliteiten.
De beslistermijn van zes maanden voor de minister om op de aanvraag te beslissen begon op 15 april 2024 en liep in principe tot 15 oktober 2024. Omdat eiser uit Syrië komt, gold vanaf 14 december 2024 tot 13 juni 2025 een besluitmoratorium, waardoor de beslistermijn met maximaal één jaar werd verlengd tot 15 oktober 2025.
Eiser stelde de minister op 30 juli 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en behandelde de zaak zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.