ECLI:NL:RBDHA:2026:9168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende beoordeling joodse etniciteit
Eiseres diende op 5 april 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 8 april 2025 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister onterecht onderscheid maakte tussen het joodse geloof en de joodse etniciteit, waarbij de etniciteit niet als relevant asielmotief werd erkend. De rechtbank stelde dat de joodse etniciteit wel degelijk een relevant asielmotief is, gelet op internationale richtlijnen en het Vluchtelingenverdrag.
De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom de joodse etniciteit van eiseres ongeloofwaardig zou zijn, terwijl eiseres concrete informatie over haar familieachtergrond had verstrekt en een brief van een rabbijn had overgelegd. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de positie van joden in Irak, waar het jodendom in het geheim wordt beleefd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het aanvullend besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met een integrale beoordeling van de geloofwaardigheid, inclusief de etnische achtergrond. Tevens werden de proceskosten van eiseres aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met een integrale beoordeling van de joodse etniciteit.