ECLI:NL:RBDHA:2026:9151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 oktober 2025 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
Uit een systeemuitdraai blijkt dat eiser op 28 oktober 2025 door het COA is geregistreerd als vertrokken met onbekende bestemming. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer met eiser te hebben. Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact meer onderhoudt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
De rechtbank volgt het standpunt van de gemachtigde dat ook het terugkeerbesluit beoordeeld moet worden niet, omdat het procesbelang ontbreekt. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat eiser bij terugkeer risico loopt op schending van het non-refoulementbeginsel. Eiser heeft zelf verklaard geen problemen te verwachten bij terugkeer naar Algerije.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke beoordeling. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.