Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
AWB 25-21301
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens dubbel beroep tegen niet tijdig besluit vreemdelingenaanvraag

Eiser 1 en eiseres hebben op 18 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere eisers. De rechtbank heeft op 6 maart 2025 dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen.

Ondanks deze uitspraak hebben eisers op 4 november 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat eiser 1 reeds op 26 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen hetzelfde niet tijdig beslissen, waarop op 31 maart 2026 uitspraak is gedaan.

Omdat er sprake is van een dubbel beroep tegen hetzelfde niet tijdig genomen besluit en de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op een van de beroepen, verklaart de rechtbank het onderhavige beroep niet-ontvankelijk. Verweerder wordt niet opnieuw veroordeeld tot proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens dubbel beroep tegen hetzelfde niet tijdig genomen besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/21301
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] , [V-nummer 5] , [V-nummer 6] en [V-nummer 7]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , eiser 1,

[eiseres], eiseres,
[eiser 2], eiser 2,
[eiser 3], eiser 3,
[eiser 4], eiser 4,
[eiser 5], eiser 5,
[eiser 6], eiser 6,
hierna tezamen: eisers,
(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal)
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder,
(gemachtigde: mr. K. Manuela).

Procesverloop

Eiser 1 en eiseres hebben op 18 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door eiser 1 ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor eiseres, eiser 2, eiser 3, eiser 4, eiser 5 en eiser 6.
Bij uitspraak van 6 maart 2025, bekendgemaakt op 7 maart 2025, heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser 1 en eiseres gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken, maar binnen twintig weken indien binnen die termijn wordt besloten dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dat aan eisers schriftelijk is meegedeeld. [2]
Op 4 november 2025 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [3] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat eiser 1 reeds op 26 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. [4] Bij uitspraak van 31 maart 2026, bekendgemaakt op 1 april 2026, heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat beroep kennelijk gegrond verklaard. [5]
2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
3.Algemene wet bestuursrecht.
4.NL25.52339.