Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“Als je het hebt over een bekend figuur heb je het vaak over mensen in de politiek. Maar [naam mensenhandelaar] , nee.”
jongens had die voor hem werkten”. Volgens de minister kan die laatste verklaring duiden op enig netwerk, maar valt daaruit geenszins af te leiden dat de mensenhandelaar geacht moet worden in staat te zijn eiseres te traceren als zij terugkeert naar Nigeria. De minister weegt dit daarom voor eiseres in negatieve zin mee in de risicoanalyse. De rechtbank is van oordeel dat deze twee geciteerde verklaringen onvoldoende zijn om die conclusie te dragen. De minister neemt in dit geval terecht aan dat de verklaring van eiseres dat [naam mensenhandelaar] jongens voor hem had werken, kan duiden op enig netwerk. Het ontgaat de rechtbankwaarom de verklaring van eiseres dat [naam mensenhandelaar] geen bekend persoon is, in de zin van een bekend iemand uit de politiek, tot de conclusie zou moeten leiden dat er dus geen aanleiding is om aan te nemen dat de mensenhandelaar in staat moet worden geacht eiseres na terugkeer naar Nigeria te traceren. Naar het oordeel van de rechtbank bieden de twee door de minister geciteerde verklaringen van eiseres daarvoor onvoldoende grond. Omdat de omvang van het netwerk van mensenhandelaren, mede gelet op de informatie uit het AAB Nigeria van 2023, een wezenlijk, zo niet doorslaggevend onderdeel uitmaakt van de risicoanalyse, dient de minister nader te motiveren waarom in het geval van [naam mensenhandelaar] niet wordt uitgegaan van een netwerk dat in staat zou zijn om eiseres bij terugkeer naar Nigeria te traceren. Als het dossier daarvoor op dit moment te weinig informatie bevat, ligt het op de weg van de minister om daar nader onderzoek naar te doen. Dit kan bijvoorbeeld door eiseres nader te horen op dit punt. De rechtbank merkt verder op dat uit de motivering in het verweerschrift niet blijkt waarom de schuld van eiseres, in dit geval 25.000 euro, slechts leidt tot enig risico. Eiseres wijst er in dit verband terecht op dat in de risicoanalyse van de minister wel erg de nadruk lijkt te zijn gelegd op de door eiseres gevreesde spirituele represailles en geen dan wel onvoldoende aandacht is geweest voor de fysieke represailles waar eiseres voor vreest. Reeds om deze redenen kunnen de rechtsgevolg van het bestreden besluit niet in stand blijven. De minister dient een nieuw risicoanalyse uit te voeren en op basis daarvan een nieuw besluit te nemen. De beroepsgrond slaagt.