Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland uit vrees voor politieke vervolging, represailles na de moord op haar vader, en besnijdenis van haarzelf en haar dochter. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van cruciale delen van het asielrelaas, met name de moord, ontvoering en bedreigingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de verklaringen over de moord op de vader en de ontvoering ongeloofwaardig heeft bevonden, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. De vrees voor de voodoopriester en besnijdenis werd door verweerder geloofwaardig geacht, maar onvoldoende zwaarwegend bevonden voor asielverlening.
Er was sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, dat verweerder met een aanvullend besluit heeft hersteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.