Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende op 29 november 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 17 december 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat de verklaringen van eiser niet geloofwaardig en incoherent werden bevonden. Eiser stelde dat zijn psychische problematiek onvoldoende was betrokken in de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de psychische gesteldheid van eiser. Uit medisch advies bleek dat eiser niet in staat was helder te antwoorden en dat nader medisch onderzoek noodzakelijk was. Desondanks werd het nader gehoor voortgezet zonder dat aan deze voorwaarden was voldaan. De verklaringen van eiser waren verwarrend en incoherent, wat aanleiding had moeten zijn voor nader onderzoek of alternatieve methoden om zijn relaas te achterhalen.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.