ECLI:NL:RBDHA:2026:8879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling na vernietiging asielbesluit
Eiser diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 22 augustus 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 6 december 2024 het beroep van eiser gegrond en bepaalde dat de minister opnieuw op de aanvraag moest beslissen, zonder een uitdrukkelijke beslistermijn te stellen.
Eiser stelde beroep in omdat de minister niet binnen een redelijke termijn op de aanvraag had beslist. De rechtbank overwoog dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belanghebbende eerst de minister schriftelijk in gebreke moet stellen (ingebrekestelling) voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
Omdat eiser geen ingebrekestelling had ingediend en de eerdere uitspraak geen beslistermijn bevatte, was het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank wees een proceskostenvergoeding af en deed de uitspraak zonder zitting.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 20 maart 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.