Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht om verblijf als familie- of gezinslid bij referente in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de overgelegde geboorte- en overlijdensakten frauduleus waren en de familierechtelijke relatie niet was aangetoond. Ook werd het paspoort van eiser niet als bewijs geaccepteerd en ontbrak toestemming van de achterblijvende ouder.
In bezwaar bleef de minister bij zijn standpunt, ondanks dat referente een nieuwe geboorteakte overlegde die echter als tardief werd beschouwd en niet overtuigend was. Eiser stelde dat de minister hem en referente ten onrechte niet had gehoord en dat de nieuwe documenten niet aan Bureau Documenten waren voorgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht wel was geschonden omdat referente op de zitting een plausibele verklaring gaf over de herkomst van de documenten en dat de zaak een grensgeval betrof. Daarom had de minister nader onderzoek moeten doen en de stukken aan Bureau Documenten moeten voorleggen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.