ECLI:NL:RBDHA:2026:8803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende risico op vrouwenbesnijdenis en mensenhandel
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende een opvolgende asielaanvraag in met het verzoek bescherming te bieden tegen mensenhandelaren en het risico dat haar minderjarige dochter in Nigeria zou worden besneden. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig zijn, maar dat haar beweringen over problemen met prostitutienetwerken en de besnijdenis van haar oudste dochter niet geloofwaardig zijn.
De rechtbank nam mee dat eiseres wisselende verklaringen gaf over de besnijdenis van haar oudste dochter en onvoldoende aannemelijk maakte dat haar dochter een reëel risico loopt op vrouwenbesnijdenis. Ook werd overwogen dat eiseres een netwerk heeft waarop zij kan terugvallen en dat zij zich in het verleden zelfstandig heeft weten te handhaven. De rapporten over haar IQ en de situatie in Nigeria werden meegewogen, maar konden de geloofwaardigheid van haar relaas niet versterken.
Eiseres voerde aan dat er aanvullende risicofactoren zijn, waaronder druk vanuit familie en gemeenschap, en verwees naar jurisprudentie en landeninformatie. De rechtbank vond echter dat verweerder deze factoren voldoende heeft betrokken en dat de algemene landeninformatie onvoldoende is om zonder nadere individualisering een risico aan te nemen. De vrees voor gedwongen prostitutie werd reeds in eerdere procedures beoordeeld en stond in rechte vast.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen vergoeding van proceskosten krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 9 april 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.