Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
zagdat hij werd geslagen toen hij in de auto zat. Het voorgaande is niet met elkaar te rijmen, zodoende is sprake van een tegenstrijdigheid. De rechtbank ziet hierbij niet in waarom de minister – zoals eiser betoogt – een verkeerde lezing zou hebben gegeven aan eisers verklaringen. Ook betrekt de minister hier terecht bij dat eiser in zijn zienswijze een andere versie geeft over zijn ontvoering. Verder stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiser op (niet meer dan) vermoedens baseert hoe de eigenaren van de drugs en het geld erachter zijn gekomen dat hij hun eigendom had meegenomen. Eiser denkt slechts dat iemand heeft gesproken en dat veel mensen dit zouden weten, omdat Tbilisi erg klein is. Eiser kan dat echter niet concretiseren en de minister wijst er terecht op dat Tbilisi 1,1 miljoen inwoners heeft, waarop eiser verder niet is ingegaan. Uit eisers verklaringen valt dus niet af te leiden hoe deze eigenaren hadden moeten weten dat eiser hun geld en drugs had meegenomen. Daarnaast concludeert de minister terecht dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn mishandeling in Frankrijk, omdat hij verschillende situaties schetst over hoe deze mishandeling is verlopen. Eiser verklaart namelijk in eerste instantie dat hij in Frankrijk zo erg is mishandeld dat hij zich niet meer kon bewegen, maar verklaart later dat hij (slechts) door één Tsjetsjeen is gebeld en vervolgens door twee Tsjetsjenen is aangesproken. Tot slot is van belang dat eiser in beroep niet meer betwist dat zijn stelling dat de mannen die eiser hebben ontvoerd veel macht hebben, alleen is gebaseerd op vermoedens. Deze tegenwerping wordt dan ook niet besproken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
S. Voolstra, griffier.