ECLI:NL:RBDHA:2026:8405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 4 december 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en verklaarde deze toen rechtmatig tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 5 februari 2026.
In het huidige vervolgberoep betoogde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel zoals een meldplicht. De rechtbank oordeelde dat de minister wel degelijk voortvarend heeft gehandeld, onder meer door rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. Het zicht op uitzetting naar Algerije bestaat nog, ondanks het afgesloten lp-traject met Marokko.
De rechtbank vond geen reden om af te wijken van eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat een lichter middel niet passend was. Ook ambtshalve toetsing leverde geen aanwijzingen op dat de maatregel onrechtmatig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.