Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 4 februari 2024 ontvangen, maar de minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden een besluit genomen. Eiseres stelde de minister op 15 januari 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden en het beroep meer dan twee weken na ingebrekestelling is ingediend. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken vast waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank ziet af van het houden van een zitting en baseert haar oordeel op de schriftelijke stukken.