ECLI:NL:RBDHA:2026:832

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.51855
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallenverklaring uitspraak inzake niet tijdig besluit asielaanvraag

Eiser stelde op 23 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 30 maart 2024. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 8 januari 2026 het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond.

Later bleek dat eiser wel degelijk tijdig en inhoudelijk gronden had ingediend tegen het alsnog genomen besluit, wat de rechtbank bij haar eerdere uitspraak niet had onderkend. Hierdoor was de ongegrondverklaring op onjuiste gronden gebaseerd.

De rechtbank besloot daarom de uitspraak van 8 januari 2026 te vervallen en de zaak opnieuw te behandelen. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier A.W. Landman, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitspraak van 8 januari 2026 vervallen en behandelt de zaak opnieuw.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51855 vervallenverklaring

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Op 23 oktober 2025 is door eiser in beroep ingesteld, omdat de minister
niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 30 maart 2024. Bij uitspraak van 8 januari 2026 heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor zover dat is gericht tegen het alsnog genomen besluit ongegrond verklaard.

Overwegingen

2. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van 8 januari 2025 vervallen moet
worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.
3. In de uitspraak van 8 januari stelt de rechtbank dat eiser geen inhoudelijke gronden
heeft ingediend tegen het alsnog genomen besluit en dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen dit alsnog genomen besluit, daarom ongegrond wordt verklaard. Dit is evenwel onjuist. Eiser heeft namelijk in het beroep onder zaaknummer NL25.58740 op 23 december 2025 weldegelijk en tijdig inhoudelijke gronden ingediend tegen het alsnog genomen besluit. De rechtbank heeft dit in haar uitspraak van 8 januari 2026 niet onderkend en heeft het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit op onjuiste gronden ongegrond verklaard.
4. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak van 8 januari 2026 vervallen. De zaak
wordt opnieuw door de rechtbank behandeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart haar uitspraak van 8 januari 2026 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van,
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.