Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8280

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/09/679457 / FA RK 25-697
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie na verzoek informele rechtsingang

De rechtbank Den Haag behandelde op 9 maart 2026 een verzoek via de informele rechtsingang van een minderjarige, vertegenwoordigd door een bijzondere curator, met betrekking tot de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie. De minderjarige wenst bij haar tante te wonen in plaats van bij haar moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de tante, welke door de rechtbank is toegewezen.

De rechtbank constateert dat het contact tussen de minderjarige en haar moeder ernstig verstoord is en dat herstel van dit contact niet geforceerd kan worden. De moeder verzocht om een zorgregeling en het veiligstellen van contact, terwijl de vader dit niet wenselijk acht vanwege de emotionele toestand van de minderjarige. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af om de omgang met de vader te beperken, omdat het contact waardevol is voor de minderjarige.

De bijzondere curator blijft voorlopig benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, met name gericht op het opstarten van individuele hulpverlening. De rechtbank houdt verdere beslissingen over de zorgregeling, bijzondere curator en proceskosten aan tot 1 augustus 2026. Tevens is een procedure afgesproken voor de behandeling van het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie, met schriftelijke termijnen voor partijen.

Uitkomst: Verzoek tot beperking omgang vader afgewezen, verdere beslissingen aangehouden tot augustus 2026, bijzondere curator blijft benoemd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-697
Zaaknummer: C/09/679457
Datum beschikking: 9 maart 2026 (bij vervroeging)
Informele rechtsingang, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie
Beschikkingnaar aanleiding van de op 27 januari 2025 ingekomen brief van de minderjarige:

[de minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , hierna: [de minderjarige] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
vertegenwoordigd door de bijzondere curator mr. I.G.M. van Gorkum.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: voorheen mr. D.Z. Peters te Zoetermeer, nu mr. J.B. Peters te Zoetermeer,

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag,

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad.
Als informanten worden aangemerkt:

[de tante] ,

de tante van de zijde van de vader, hierna: de tante,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

de gecertificeerde instelling.

Procedure

Bij beschikking van 15 mei 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- mr. I.G.M. van Gorkum benoemd tot bijzondere curator over [de minderjarige] om [de minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen en daartoe zo nodig rechtshandelingen te verrichten en verzoeken te doen bij de rechtbank;
- bepaald dat de bijzondere curator voor de pro formadatum schriftelijk verslag met advies moet hebben uitgebracht aan de rechtbank;
- de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
- iedere verdere beslissing tot 1 december 2025 pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het e-mailbericht van 21 mei 2025 van de tante;
- het e-mailbericht van 22 mei 2025 van de vader;
- het verslag van 1 juli 2025 van de bijzondere curator;
- het aanvullend verslag van 10 november 2025 van de bijzondere curator;
- het rapport van 16 januari 2026 van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad), met kenmerk KZ-1-65I0L3L;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van 9 februari 2026 van de advocaat van de vader;
- twee e-mailberichten van 19 februari 2026 van de advocaat van de moeder, met als bijlage een verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
Op 27 februari 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Het betrof een gecombineerde behandeling van zowel onderhavige procedure als de procedure ten aanzien van het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing, ingeschreven onder zaak- en rekestnummer C/09/697828 / JE RK 26-78. De ter zitting op die verzoeken gegeven beslissing is in een afzonderlijke beschikking vastgelegd.
Op de zitting van 27 februari 2026 zijn verschenen:
-de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
- de tante.
[de minderjarige] heeft, in aanwezigheid van de bijzondere curator, in raadkamer haar mening kenbaar gemaakt.

Verzoeken

[de minderjarige] heeft via de informele rechtsingang gevraagd of zij voortaan bij haar tante mag wonen in plaats van bij haar moeder.
De moeder heeft, na wijziging, verzocht:
- een zorgregeling vast te stellen tussen de moeder en [de minderjarige] , inhoudende:
- maand 1 (vanaf maart 2026): twee ontmoetingen tussen [de minderjarige] en de moeder, begeleid door de jeugdbeschermer op een neutraal terrein van telkens een uur;
- maand 2 (april 2026): als maand 1 met uitbreiding: twee keer een tweetal uur waarbij [de minderjarige] en de moeder samen winkelen of iets dergelijks, bij voorkeur zonder begeleiding;
- vanaf mei 2026: als maand 1 en 2 met uitbreiding dat [de minderjarige] om de week een uur thuis bij moeder doorbrengt, een en ander tot het aflopen van de eventuele uithuisplaatsing, ervan uitgaande dat daarna een hernieuwde zitting plaatsvindt;
- de zorgregeling met de vader te beperken tot nihil;
- althans zodanige beslissingen te nemen die de rechtbank gepast en geboden acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft verzocht:
- onder wijziging van de beschikking van de rechtbank van 22 februari 2023 (C/09/629555) de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage ten behoeve van [de minderjarige] te stellen op nihil, zulks met ingang van 1 februari 2025, althans met ingang van 1 januari 2026, althans met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
- de moeder te veroordelen hetgeen zij te veel aan kinderalimentatie heeft ontvangen aan de vader terug te betalen.

Beoordeling

Het onderzoek van de Raad
In de beschikking van 15 mei 2025 is een onderzoek van de Raad gelast, waarbij de Raad is verzocht antwoord te geven op de volgende vragen:
- Ontvangt [de minderjarige] de hulpverlening die zij nodig heeft of is andere of uitbreiding van de hulpverlening wenselijk?
- Is voortzetting van het verblijf van [de minderjarige] bij de tante op de korte en/of de langere termijn in het belang van [de minderjarige] ? Zo ja, dient dit verblijf te worden geformaliseerd en op welke wijze?
- Is het in het belang van [de minderjarige] om het contact tussen [de minderjarige] en haar moeder te herstellen en wat is daar voor nodig?
- Welke zorgregeling tussen de ouders en [de minderjarige] is het meest in het belang van [de minderjarige] ?
- Is hulpverlening nodig voor de vader en de moeder van [de minderjarige] ?
Indien nodig kan de Raad het onderzoek uitbreiden met onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel.
De Raad heeft het onderzoek uitgevoerd en daarover gerapporteerd. De Raad heeft geadviseerd tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] en tot de uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de tante. De kinderrechter heeft de daarop gerichte verzoeken van de Raad op 27 februari 2026 toegewezen.
De Raad maakt zich zorgen om het loyaliteitsconflict waar [de minderjarige] in terecht is gekomen en het contactverlies tussen [de minderjarige] en haar moeder. De Raad is ook zeer bezorgd over het feit dat het sinds de plaatsing van [de minderjarige] bij tante vaderszijde niet is gelukt om tot contactherstel met moeder te komen. Het herstelgesprek in juli 2025 is niet goed verlopen en de relatie tussen moeder en [de minderjarige] is niet verbeterd. Er zijn sindsdien geen nieuwe pogingen gedaan om het contact te herstellen.
Wat uit onderzoek duidelijk naar voren komt zijn de ernstig verstoorde banden tussen ouders, moeder en tante en [de minderjarige] met haar ouders. De Raad is van mening dat beide ouders ondersteuning nodig hebben om bij [de minderjarige] aan te sluiten. Aan het begin zal de opbouw van het contact met moeder moeten worden begeleid door een onafhankelijke instantie. Daarna zal gekeken moeten worden hoe het contact weer uitgebreid kan worden. Het is hierbij nodig dat [de minderjarige] zich vrij voelt om haar wensen uit te spreken, zowel naar moeder als richting vader en tante. Het is belangrijk dat vader en tante laten zien dat [de minderjarige] contact mag hebben met moeder en dat zij dit fijn mag vinden. Maar ook dat moeder laat zien dat [de minderjarige] contact met haar vader en tante mag hebben en dit fijn mag vinden.
De Raad vindt ook belangrijk dat er aandacht is voor de emotionele ontwikkeling en somberheidsklachten van [de minderjarige] en dat zij ingrijpende gebeurtenissen kan gaan verwerken. [de minderjarige] geeft aan behoefte te hebben aan individuele gesprekken/behandeling, zodat zij haar verhaal kwijt kan en dingen kan gaan verwerken. Tevens lijkt dit nodig om tot contactherstel met moeder te kunnen komen. Hiervoor is het van belang dat ouders meewerken en hun handtekening zetten voor het in gang zetten en continueren van de hulpverlening. Het is de verantwoordelijkheid van beide ouders dat [de minderjarige] gebruik kan maken van de hulpverlening die nodig is, aldus de Raad.
Daarnaast is het van belang dat [de minderjarige] niet langer belast wordt met de spanningen tussen ouders en/of andere familieleden en dienen ouders meer vertrouwen in elkaar te krijgen als opvoeders van [de minderjarige] . De Raad vindt het traject Parallel Solo Ouderschap hiervoor passend.
De Raad acht het bovendien van belang dat pleegzorgbegeleiding een rol gaat spelen in het vergroten van vertrouwen tussen tante en moeder.
Het voortzetten van het verblijf van [de minderjarige] bij tante is
op de korte termijnin het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] zit op een plek waar zij zich fijn en veilig voelt. [de minderjarige] wordt ondersteund in haar ontwikkeling en laat zien weer meer tot leren te komen op school. [de minderjarige] geeft aan dat zij meer rust heeft gevonden bij tante thuis.
Wat
op langere termijnhet beste is voor [de minderjarige] moet volgens de Raad door de jeugdbeschermer worden onderzocht. De Raad is bezorgd dat het verblijf bij tante mogelijk niet of onvoldoende bijdraagt aan het contactherstel tussen moeder en [de minderjarige] . Tevens draagt het niet bij aan het wegnemen van het loyaliteitsconflict bij [de minderjarige] . Moeder en tante hebben geen contact en er is dan ook geen enkele vorm van samenwerking. De Raad vindt dit niet in het belang van [de minderjarige] .
De Raad kan op dit moment nog geen vaste zorgregeling adviseren daar het ten eerste van belang is om het contact tussen [de minderjarige] en moeder weer te herstellen. De Raad adviseert dat de aard, duur en frequentie van de contactmomenten tussen moeder en [de minderjarige] wordt bepaald door en uitgevoerd conform de aanwijzingen van de jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling. De omgang tussen [de minderjarige] en vader verloopt voor hen beiden prima en kan blijven bestaan zoals deze momenteel is.
Er is vanuit de Raad weinig zicht verkregen op de hulpverlening van ouders en wat zij nodig hebben om de zorgen rondom [de minderjarige] af te kunnen laten nemen. Vader wil niet delen wat voor hulpverlening hij ontvangt. Moeder geeft aan graag eigen hulpverlening te willen en dat zij op de wachtlijst staat bij de GGZ.
De werkzaamheden van de bijzondere curator
In voormelde beschikking is eveneens een bijzondere curator voor [de minderjarige] benoemd. Aan de bijzondere curator is gevraagd met [de minderjarige] te onderzoeken wat zij nodig heeft, wat haar wensen zijn, de mening van [de minderjarige] in deze procedure naar voren te brengen en zo nodig namens [de minderjarige] (aanvullende) verzoeken te doen.
De bijzondere curator heeft verslag gedaan van haar werkzaamheden. De bijzondere curator heeft zich ervoor ingezet dat een aantal praktische zaken voor [de minderjarige] geregeld werden. Zo heeft zij ervoor gezorgd dat [de minderjarige] haar kleding en boeken heeft ontvangen van de moeder en heeft zij een verzoek ingediend tot vervangende toestemming voor de vakantie van [de minderjarige] met haar tante. Verder onderhoudt de bijzondere curator contact met school.
Daarnaast heeft de bijzondere curator ingezet op contactherstel tussen de moeder en [de minderjarige] . In dat kader heeft op 9 juli 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen moeder, [de minderjarige] en [naam 3] (bureau basiszorg Parnassia/Indigo). Dit gesprek is niet goed verlopen. [de minderjarige] gaf aan dat zij het gevoel had dat zij niet vrij kon spreken, dat de moeder en mevrouw [naam 3] samenspanden tegen haar en dat het gesprek daardoor zinloos was. Het is niet tot afspraken of contactherstel gekomen. Sindsdien geeft [de minderjarige] aan geen contact met haar moeder te willen. De bijzondere curator heeft advies gevraagd aan Youz hierover, waarbij ook de vraag is neergelegd of Youz iets kon betekenen in het contactherstel. Youz heeft aangegeven dat [de minderjarige] eerst de kans moet krijgen om te praten over alles wat er het afgelopen jaar is gebeurd voor er (tegen haar zin in) contact komt met haar moeder. Voorkomen moet worden dat de weerstand bij [de minderjarige] zo groot wordt dat er helemaal geen contactherstel meer kan plaatsvinden. Het advies van Youz was daarom contact met moeder nu niet te pushen en [de minderjarige] eerst de mogelijkheid te geven om hier hulp bij te krijgen. Dat advies heeft de bijzondere curator opgevolgd. De bijzondere curator heeft ter zitting toegelicht zich, gelet op de wensen van [de minderjarige] en de gegeven adviezen, niet vrij te voelen om de komende periode verder in te zetten op contactherstel tussen de moeder en [de minderjarige] .
Ten slotte heeft de bijzondere curator zich ingezet voor hulpverlening voor [de minderjarige] . In overleg met Youz en de huisarts is gekeken naar een individuele behandeling voor [de minderjarige] . Zowel vader als moeder hebben hiervoor toestemming gegeven. Desondanks is er nog geen zicht op individuele hulpverlening voor [de minderjarige] .
Het verblijf van [de minderjarige] bij de tante
De rechtbank heeft het verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] toegewezen en een machtiging uithuisplaatsing afgegeven voor het verblijf van [de minderjarige] bij haar tante. Die beslissing is toegelicht in de beschikking die is gegeven onder zaak- en rekestnummer C/09/697828 / JE RK 26-78. De rechtbank verwijst hier naar die toelichting.
Omdat het verblijf van [de minderjarige] bij haar tante daarmee tot 27 augustus 2026 is gefaciliteerd, ziet de rechtbank nu geen aanleiding op dit punt ambtshalve beslissingen te nemen.
Het contact tussen de moeder en [de minderjarige]
De moeder heeft al een zeer lange periode geen contact met [de minderjarige] en maakt zich grote zorgen over het welzijn van [de minderjarige] . De moeder vindt het in het belang van [de minderjarige] en de moeder dat de rechtbank ingrijpt en niet het advies van de Raad volgt, welk advies er feitelijk op neer komt dat het contactherstel en de zorgregeling op de lange baan worden geschoven. De moeder heeft de rechtbank daarom verzocht een concrete opbouwende zorgregeling tussen haar en [de minderjarige] vast te stellen en zo het contact tussen haar en [de minderjarige] veilig te stellen.
De vader vindt contactherstel met moeder nu niet in het belang van [de minderjarige] . Zij heeft in de afgelopen periode consequent aangegeven een grote weerstand tegen contactherstel te hebben en ook eerdere pogingen zijn mislukt. De vader is van mening dat het forceren van (begeleid) contact zal leiden tot stress en een negatieve invloed heeft op de emotionele ontwikkeling en somberheidsklachten van [de minderjarige] .
De rechtbank maakt zich net als de moeder zorgen over het ontbreken van contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van [de minderjarige] dat zij weer positief contact kan hebben met de moeder. De rechtbank is er evenwel van overtuigd dat herstel van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder niet te forceren is. Zoals in de beslissing tot ondertoezichtstelling is overwogen voelt [de minderjarige] zich niet begrepen en gehoord door de moeder en heeft zij depressieve gevoelens. Sinds [de minderjarige] bij haar tante verblijft gaat het iets beter met [de minderjarige] , maar zij heeft nog altijd geen adequate hulpverlening ontvangen. [de minderjarige] is vijftien jaar oud en geeft heel duidelijk aan dat en waarom zij eerst met hulpverlening de gebeurtenissen wil verwerken, voordat zij in staat is het contact met haar moeder te herstellen. De rechtbank begrijpt dat dit heel pijnlijk is voor de moeder, maar is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] en in het belang van de band tussen [de minderjarige] en haar moeder is dat die wens van [de minderjarige] wordt gerespecteerd. De rechtbank heeft namelijk de stellige verwachting dat het nu afdwingen van contact een verdere verwijdering tussen de moeder en [de minderjarige] zal veroorzaken. Daarbij speelt ook een rol dat het de moeder niet lukt zich neer te leggen bij de keuze van [de minderjarige] voor het verblijf van [de minderjarige] bij de tante. De rechtbank verwacht dat de eerste stap naar herstel tussen de moeder en [de minderjarige] is dat de moeder laat zien dat zij begrip heeft voor deze keuze en die keuze van [de minderjarige] accepteert.
Het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank nu geen zorgregeling tussen [de minderjarige] en haar moeder zal vastleggen. Dat neemt niet weg dat er in het kader van de ondertoezichtstelling verder onderzocht moet worden wat er nodig is voor contactherstel en dat daar, zodra [de minderjarige] aangeeft daarvoor open te staan, verder op moet worden ingezet. Omdat de rechtbank het contactherstel belangrijk blijft vinden, wordt het verzoek van de moeder op dit punt aangehouden, zodat hierop in een latere fase alsnog beslist kan worden.
Het contact tussen de vader en [de minderjarige]
De moeder heeft verzocht de zorgregeling met de vader te beperken tot nihil. De moeder heeft toegelicht dat zij zich veel zorgen maakt over het spanningsveld waarin [de minderjarige] zich nu bevindt, waarbij zij contact heeft met de tante en de vader die beiden negatief staan ten opzichte van de moeder. Ontzegging van de omgang met vader zou met zich meebrengen dat [de minderjarige] niet meer in dat spanningsveld blijft waarin moeder buitenspel is gezet.
De vader is het er niet mee eens dat zijn contacten met [de minderjarige] beperkt zouden moeten worden. De huidige situatie wordt volgens hem veroorzaakt door de situatie bij de moeder thuis. De relatie tussen hem en [de minderjarige] is redelijk tot goed. [de minderjarige] geeft zelf aan wanneer zij behoefte heeft aan contact met haar vader en dat werkt voor hen beiden.
De rechtbank ziet geen gronden voor een tijdelijke ontzegging van de omgang aan vader. Het contact tussen hen is beperkt, maar waardevol voor [de minderjarige] . De rechtbank heeft bovendien niet de verwachting dat het verbreken van het contact tussen de vader en [de minderjarige] een toenadering tot de moeder met zich zal brengen. Een ontzegging van de omgang zal mogelijk wel het tegenovergestelde effect hebben. De rechtbank zal dit verzoek van de moeder daarom afwijzen.
De bijzondere curator
De rechtbank zal de bijzondere curator nog niet ontslaan van haar werkzaamheden. De verwachting is weliswaar dat de bijzondere curator op termijn niet meer nodig is vanwege de uitgesproken ondertoezichtstelling, maar ter zitting is namens de gecertificeerde instelling toegelicht dat mogelijk niet direct een vaste jeugdbeschermer voor [de minderjarige] beschikbaar is. De kinderrechter heeft de gecertificeerde instelling met klem verzocht er in de periode totdat een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is in elk geval voor te zorgen dat [de minderjarige] met individuele hulpverlening kan starten en daarin zo nodig samen te werken met de bijzondere curator. In elk geval totdat een vaste jeugdbeschermer voor [de minderjarige] beschikbaar is. De ondersteuning van [de minderjarige] door de bijzonder curator is daarom nog wenselijk.
De moeder heeft verzocht een andere bijzondere curator te benoemen voor [de minderjarige] vanwege de mededeling van de bijzonder curator dat zij geen rol meer kan spelen in het contactherstel met de moeder. De rechtbank acht dat niet in het belang van [de minderjarige] . Niet alleen omdat [de minderjarige] een voorzichtige vertrouwensband heeft opgebouwd met de huidige bijzondere curator en wisseling van bijzondere curator reeds daarom niet wenselijk is. Ook is de bijzondere curator betrokken bij de poging om hulpverlening voor [de minderjarige] tot stand te brengen. Het is in het belang van [de minderjarige] dat de bijzondere curator zich met de kennis die daarbij is opgedaan en in samenwerking met de gecertificeerde instelling inzet om die hulpverlening alsnog opgestart te krijgen. Gelet op hetgeen hiervoor en in de beslissing tot ondertoezichtstelling is overwogen heeft de hulpverlening van [de minderjarige] op dit moment de eerste prioriteit.
De bijzondere curator wordt verzocht om voor na te melden pro formadatum schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen. De rechtbank zal na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator een beslissing nemen over de voortgang van de procedure. Zo nodig zal de rechtbank een nieuwe behandeling ter zitting plannen waarvoor de ouders en de bijzondere curator als belanghebbenden worden uitgenodigd en de gecertificeerde instelling en de tante van [de minderjarige] als informant. Die mondelinge behandeling kan worden gecombineerd met een eventueel verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing van [de minderjarige] . De rechtbank zal iedere verdere beslissing over de bijzondere curator en de zorgregeling daarom aanhouden tot 1 augustus 2026.
Kinderalimentatie
De vader heeft een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie ingediend. De moeder heeft op basis van het procesreglement recht op een termijn om een verweerschrift in te dienen. Die termijn was ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet verstreken. Ter zitting zijn daarom regieafspraken gemaakt met de ouders over de verdere behandeling van dit verzoek. Partijen hebben daarbij ingestemd met een schriftelijke afhandeling van dit verzoek. Afgesproken is dat de moeder uiterlijk op 20 maart 2026 een verweerschrift indient. De vader zal uiterlijk op 10 april 2026 schriftelijk reageren op dat verweer, waarop de moeder uiterlijk op 1 mei 2026 schriftelijk reageert. Er wordt geen uitstel verleend. De rechtbank zal daarna beslissen over het verdere verloop van de procedure ten aanzien van de kinderalimentatie, waarbij de rechtbank in beginsel zonder verdere mondelinge behandeling van de kinderalimentatie een beschikking zal wijzen.
Brief
De rechtbank zal [de minderjarige] met een brief op de hoogte brengen van de beslissingen in deze procedure. Die brief is opgenomen in de beschikking waarin de beslissing tot ondertoezichtstelling is vastgelegd.
Proceskosten
Nu de rechtbank een beslissing in het kader van de informele rechtsingang, de bijzondere curator en de zorgregeling zal aanhouden, zal zij ook een beslissing over de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 15 mei 2025 van deze rechtbank –:
bepaalt dat de bijzondere curator voor
1 augustus 2026schriftelijk verslag doet aan de rechtbank, met gelijktijdige kopie aan de (advocaten van de) ouders;
wijst af het verzoek van de moeder om de zorgregeling met de vader te beperken tot nihil;
bepaalt dat de moeder uiterlijk op
20 maart 2026een verweerschrift kan indienen tegen de verzoeken van de vader ten aanzien van de kinderalimentatie, bepaalt dat de vader daarop uiterlijk op
10 april 2026mag reageren en dat de moeder daarop uiterlijk op
1 mei 2026een reactie mag indienen;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de
kinderalimentatieaan tot
1 mei 2026 pro forma;
houdt iedere verdere beslissing in het kader van
de informele rechtsingang, de bijzondere curator, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskostenaan tot
1 augustus 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 maart 2026.