ECLI:NL:RBDHA:2026:8235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op vervolging
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, nadat hij vluchtte vanwege mishandeling door de politie en de arrestatie van zijn vader. De minister wees de aanvraag af omdat het relaas over de arrestatie van de vader ongeloofwaardig werd geacht en onvoldoende aannemelijk was dat eiser een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro liep.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het standpunt innam dat de arrestatie van de vader ongeloofwaardig was, omdat eiser geen details kon geven over deze arrestatie en onvoldoende rekening was gehouden met zijn referentiekader. Ook de aanvullende informatie van de moeder bood geen nieuwe, overtuigende details. Het algemene beeld van de situatie in Ethiopië bood geen steun, mede omdat het artikel van BBC News niet direct relevant was.
Verder werd erkend dat de politie poging tot rekrutering deed, maar eiser maakte niet aannemelijk dat hij persoonlijk een reëel risico liep op zware straffen bij terugkeer. Het rapport van de Finse Immigratiedienst bevestigde dat er geen officiële dienstplicht is en dat militaire dienst vrijwillig is, waardoor het risico op levenslange gevangenisstraf of doodstraf niet aannemelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.