Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende] , belanghebbende
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Belanghebbende, een Iraanse asielzoeker, heeft op 9 juni 2023 een asielaanvraag ingediend. Ondanks meerdere eerdere rechterlijke uitspraken die verweerder opdroegen binnen bepaalde termijnen te beslissen, is er nog steeds geen besluit genomen. De rechtbank constateert dat de maximale beslistermijn van 21 maanden ruimschoots is overschreden en dat verweerder geen verantwoording heeft afgelegd voor de vertraging.
De rechtbank overweegt dat het besluit- en vertrekmoratorium voor asielaanvragen uit Iran niet aan de oplegging van een beslistermijn in de weg staat, omdat de maximale termijn al is verstreken. Belanghebbende heeft verweerder niet opnieuw in gebreke gesteld, maar de rechtbank acht dit niet redelijkerwijs van hem te verlangen.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €500 per dag met een maximum van €50.000 om verweerder te stimuleren tot spoedige besluitvorming. Tevens worden de proceskosten van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken te beslissen en legt een dwangsom van €500 per dag op wegens overschrijding van de beslistermijn.