[eisers] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de kadastrale grens zoals deze is vastgesteld conform de bevindingen van 25 april 2022 en 9 februari 2023 van het Kadaster niet de daadwerkelijke grens is tussen de twee percelen van partijen en dat de feitelijke grens zich bevindt op de plaats zoals [eisers] deze vanaf aankoop van het perceel hebben aangetroffen en gebruikt;
II. voor recht verklaart dat [eisers] eigenaar is van de stroken grond – welke stroken grond [gedaagden] zich na de kadastrale meting van 25 april 2022 hebben toegeëigend – op grond van de eigendomsakte dan wel door verkrijgende, althans bevrijdende verjaring;
III. bepaalt dat de erfgrens tussen de percelen van partijen ligt op de locatie zoals [eisers] deze bij koop van het perceel heeft aangetroffen dan wel te bepalen wat de juridische erfgrens is tussen de percelen van partijen;
IV. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot het verlenen van medewerking aan notariële vastlegging van de juridische erfgrens en inschrijving van die erfgrens in het Kadaster, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000 ineens en € 500 per dag waarop [gedaagden] na de betekening van dit vonnis niet aan deze veroordeling voldoet;
V. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis een einde te maken aan de onrechtmatige toestand, althans de door haar geplaatste afrastering te verwijderen van het perceel van [eisers], althans deze te verplaatsen zodanig dat deze komt te staan tegen de erfgrens zoals bedoeld onder I, met machtiging van [eisers] om dit zelf te bewerkstelligen op kosten van [gedaagden] indien zij niet binnen drie weken na betekening van dit vonnis aan deze veroordeling voldoet;
VI. [gedaagden] verbiedt [eisers] te pesten op verbale of non-verbale wijze, dan wel gebruik te maken van geweld waaronder het gooien van voorwerpen en/of spuiten van water dan wel enige andere vorm van pesterij, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag of deel daarvan waarop [gedaagden] nalaten aan deze veroordeling te voldoet;
VII. [gedaagden] verbiedt gebruik te maken van de oprit van [eisers], waaronder laden en lossen, op straffe van verbeurte van een hoofdelijk verschuldigde dwangsom van € 500 per dag of deel daarvan waarop [gedaagden] niet aan deze veroordeling voldoet;
VIII. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt vier bomen die zich binnen twee meter te rekenen vanaf de voet van de boom tot de erfgrens bevinden, te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede tot verwijdering van heggen en struiken en beplanting die zich binnen 50 centimeter van de erfgrens bevinden, alsmede tot verwijdering van een zieke boom die dreigt om te vallen op de woning van [eisers], op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of deel daarvan dat [gedaagden] daarmee in gebreke blijft;
IX. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na dit vonnis, medewerking te verlenen aan het verwijderen van de huidige (beschadigde) schuttingdelen op de erfgrens en aan het gezamenlijk oprichten van een nieuwe schutting op de lijnen 1 tot en met 4, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag of deel daarvan dat [gedaagden] daarmee in gebreke is;
X. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eisers] van de helft van de kosten van deze nieuw te zetten schutting, inclusief de kosten van verwijdering van de oude schutting;
XI. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.