Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 30 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het ‘8+8 wekenmodel’ zoals gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken krijgt, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de minister binnen de gestelde termijn alsnog een besluit neemt op de asielaanvraag.