In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 15 december 2023. De rechtbank had in een eerdere uitspraak vastgesteld dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500 bij overschrijding.
De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, waarna eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat bij een tweede beroep geen nieuwe ingebrekestelling vereist is en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Gelet op het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden voor de behandeling van de aanvraag, past de rechtbank een kortere beslistermijn toe van acht weken, ingaande de dag na deze uitspraak.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Deze dwangsom is bedoeld als prikkel voor de minister om tijdig te beslissen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het tweede beroep.