Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 1 december 2023. In een eerdere uitspraak had de rechtbank de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden en het recente nader gehoor op 24 november 2024, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000, die aanvangt op 7 juli 2026, nadat de eerder opgelegde dwangsom volledig is volgelopen. De dwangsom is bedoeld als prikkel voor de minister om tijdig te beslissen.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep.