Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 12 oktober 2023, waarna de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden overschreed. Eiser stelde de minister op 25 juli 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaard twee weken vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 18 maart 2026.